Parket bij de Hoge Raad, 26-04-2011 / 09/01950 P


ECLIECLI:NL:PHR:2011:BP9900
Datum26-04-2011
InhoudsindicatieProfijtontneming. Salduz-verweer. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BH3079. Een verklaring die tot stand is gekomen in strijd met art. 6 EVRM, kan ook niet voor het bewijs worden gebruikt indien de verdachte nadien, na raadpleging van een advocaat dan wel met bijstand van een advocaat, een verklaring heeft afgelegd van dezelfde inhoud en/of strekking (vgl. HR LJN BN9293). Het voorgaande geldt ook ten aanzien van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel in ontnemingsprocedures. Door het gevoerde verweer te verwerpen op de gronden dat niet is aangevoerd dat het niet raadplegen van de advocaat bij veroordeelde heeft geleid tot misverstanden dan wel het afleggen van zijn verklaring heeft be´nvloed, dan wel dat hij bij het wel kunnen raadplegen van zijn raadsman een andere verklaring zou hebben afgelegd, en de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede aan de gewraakte verklaring te ontlenen, heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AM2533 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BN9293 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP9900 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP9900 ★★★