Parket bij de Hoge Raad, 14-10-2011 / 10/01072


ECLIECLI:NL:PHR:2011:BR0119
Datum14-10-2011
InhoudsindicatieVennootschapsrecht. Onbevoegde vertegenwoordiging? Strekking art. 2:256 BW. Voor toepassing art. 2:256 niet vereist dat zeker is dat rechtshandeling daadwerkelijk tot benadeling vennootschap zal leiden, doch voldoende dat sprake is van zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of bestuurder zich uitsluitend heeft laten leiden door belang vennootschap. Concretisering beroep op art. 2:256 met voldoende geadstrueerde omstandigheden die besluitvorming zodanig kunnen hebben be´nvloed dat bestuurder belang vennootschap niet met vereiste integriteit en objectiviteit heeft kunnen behartigen. Oordeel hof tegenstrijdig belang, hetzij onjuist, hetzij onvoldoende gemotiveerd. Bestuurder die ook in geval van tegenstrijdig belang statutair bevoegd is tot vertegenwoordiging, wordt niet onbevoegd doordat hij nalaat algemene vergadering met oog op art. 2:256, tweede volzin, BW tijdig in te lichten.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC4959 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:AE7011 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC1849 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BR0119 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARN:2009:BL8328
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2004:AP4394
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BR0119 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARN:2009:BL8328