Parket bij de Hoge Raad, 14-02-2012 / 10/00453 P


ECLIECLI:NL:PHR:2012:BT2520
Datum14-02-2012
InhoudsindicatieProfijtontneming. Schikkingsovk., art. 511c Sv. Vertrouwensbeginsel. Casus: De OvJ en de betr. komen ttz. in e.a. een schikking overeen, waarbij is bepaald dat de betr. een bedrag betaalt en de OvJ de ontnemingsvo. intrekt. Het p-v van de tz. houdt in dat de ontnemingszaak na de overeenkomst is geŽindigd. De betr. betaalt echter niet het overeengekomen bedrag. Na opnieuw te zijn opgeroepen wordt het verweer gevoerd dat de ontnemingsprocedure is geŽindigd. Het Hof verwerpt het verweer. HR: het Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat o.g.v. art. 511b.4 Sv jo. 266.1 Sv en gelet op art. 578a.1 Sv de vermelding in de schikkingsovk. en de dienovereenkomstige mededeling van de OvJ dat de ontnemingsvo. is ingetrokken, alsmede de vaststelling door de Vz. van de Rb dat door de schikking de ontnemingszaak is geŽindigd, niet tot gevolg kunnen hebben dat de zaak reeds voordat aan de schikkingsvoorwaarden is voldaan is geŽindigd en de OvJ in zijn ontnemingsvo. n-o moet worden verklaard. Voorts heeft het Hof, gelet op zijn beslissing, kennelijk mede in aanmerking genomen dat de OvJ de betrokkene heeft opgeroepen voor de verdere behandeling van de ontnemingsvo. maar bij die behandeling heeft gevorderd dat aan de betr. een betalingsverplichting zal worden opgelegd die gelijk is aan het bij de schikking overeengekomen bedrag. Door op de hiervoor genoemde gronden het verweer te verwerpen, heeft het Hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel van het Hof is voorts niet onbegrijpelijk.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AW0254 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP1155 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM5078 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2009:BJ3483 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BK7046
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BT2520
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BT2520