Parket bij de Hoge Raad, 20-03-2012 / 10/01903


ECLIECLI:NL:PHR:2012:BV9347
Datum20-03-2012
InhoudsindicatieKlacht over verzuim te beslissen op verweer dat bij de strafoplegging rekening dient te worden gehouden met overschrijding van de redelijke termijn. Anders dan het middel voorstaat, heeft het Hof het betoog van de raadsman niet behoeven op te vatten als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359.2.tweede volzin Sv. Het aangevoerde houdt immers niet in op welke gronden de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM als overschreden moet worden beschouwd. Het middel mist dus feitelijke grondslag zodat het niet tot cassatie kan leiden. Opmerking verdient dat de feitenrechter o.g.v. de jurisprudentie ook vóór de wijziging van art. 359 Sv op een verweer dat de redelijke termijn als hiervoor bedoeld is overschreden een gemotiveerde beslissing diende te geven (HR LJN AA7309). Wat betreft de mate van onderbouwing van zulk een door de verdediging gevoerd verweer worden thans geen zwaardere eisen gesteld dan onder het voordien geldende recht daaraan werden gesteld.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA7309 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BL1485 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BV9347 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4004
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BV9347 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2012:BY2271
Gerelateerd ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4004