Parket bij de Hoge Raad, 15-05-2012 / 11/00561


ECLIECLI:NL:PHR:2012:BW5166
Datum15-05-2012
InhoudsindicatieArt. 50 Handvest van de grondrechten van de EU, ne bis in idem-beginsel. Strafvervolging na disciplinaire straf door directeur P.I. 2. (Voorwaardelijk) opzet op zwaar lichamelijk letsel. 3. Kwalificatie poging tot doodslag. 4. Kwalificatie poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd. Ad 1. De Hoge Raad heeft de aan te leggen maatstaf voor de toepassing van art. 68 Sr over "hetzelfde feit" verduidelijkt HR LJN BM9102. Daarbij heeft de Hoge Raad vastgesteld dat het in art. 50 van het Handvest gegeven voorschrift dezelfde inhoud en reikwijdte [heeft] als het overeenkomstige recht van het EVRM, en dat er geen grond is voor inhoudelijke wijziging van de door de Hoge Raad gehanteerde maatstaf aangezien de in de Nederlandse rechtspraak gevolgde benadering niet onverenigbaar is met de rechtspraak van het EHRM. Met toepassing van die in voormeld arrest neergelegde maatstaf had het Hof in deze zaak niet anders kunnen oordelen dan dat van een (tweede) vervolging ter zake van hetzelfde feit geen sprake is. Ofschoon terecht wordt geklaagd over het door het Hof gekozen uitgangspunt dat onder de vervolging van strafbare feiten uitsluitend kan worden verstaan het door het openbaar ministerie betrekken van de strafrechter in een strafzaak (vgl. HR LJN BM9102, EHRM LJN AC0386 en EHRM LJN AC9954) vloeit uit het vorenoverwogene voort dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Ad 2. Het oordeel van het Hof dat verdachte door zijn gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat X hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou kunnen bekomen, geeft, mede gelet op de aard van die gedragingen alsmede de door het Hof vastgestelde omstandigheden waaronder deze zijn verricht, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Ad 3. In aanmerking genomen de inhoud van s Hofs bewijsoverweging en hetgeen het Hof heeft overwogen i.h.k.v. de strafoplegging, alsmede gelet op de kwalificatie van het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde feit, moet worden aangenomen dat het Hof ter zake van het in zaak A onder 1 tenlastegelegde feit klaarblijkelijk poging tot doodslag bewezen heeft geacht, en dat a.g.v. een kennelijke misslag in de bewezenverklaring zijn weggelaten de woorden van het leven te beroven en zijn blijven staan de woorden zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring met herstel van deze misslag. Ad 4. Er is i.c. geen aanknopingspunt voor de stelling van het middel dat het Hof de in zaak B onder 3 bewezenverklaarde gedragingen heeft aangemerkt als twee op zichzelf staande pogingen tot zware mishandeling. De kwalificatie van dit feit als meermalen gepleegd berust kennelijk op een vergissing. Het Hof heeft kennelijk bedoeld het in zaak B onder 1 bewezenverklaarde feit, dat door het Hof is gekwalificeerd als poging tot zware mishandeling, en het in zaak B onder 3 bewezenverklaarde, dat eveneens behoorde te worden gekwalificeerd als poging tot zware mishandeling, tezamen te kwalificeren als poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd. De Hoge Raad verbetert met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre de kwalificatie(s).
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BM9102 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH1436 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW5166 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBALM:2010:BN1369 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AV8241 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2009:BG6631 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW5166 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2012:BX0132 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBLIM:2017:12091