Parket bij de Hoge Raad, 04-09-2012 / CPG 10/04815


ECLIECLI:NL:PHR:2012:BX7959
Datum04-09-2012
InhoudsindicatieAfpersing, art. 317 Sr. De opvatting dat aan een bij afpersing verkregen gegeven onmiddellijk of middellijk enige economische waarde moeten kunnen worden toegerekend vindt, gezien de tekst van art. 317 Sr en de wetsgeschiedenis, geen steun in het recht. Blijkens de wetsgeschiedenis blijft de door het schrappen van de zinsnede met geldswaarde in het handelsverkeer bewerkstelligde verruiming van de strafbaarstelling van afpersing in art. 317 Sr echter beperkt door het vereiste oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling. Mede in dat licht bezien geeft de overweging van het Hof dat verdachte het oogmerk heeft gehad om zich wederrechtelijk te bevoordelen, welk voordeel economische waarde had niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel klaagt echter terecht erover dat de bewezenverklaring in dit opzicht ontoereikend is gemotiveerd.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AX5776 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2003:AM2764 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AF5370 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW2467
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:1005