Parket bij de Hoge Raad, 06-11-2012 / 11/00835 P


ECLIECLI:NL:PHR:2012:BX8465
Datum06-11-2012
InhoudsindicatieProfijtontneming. 1. Redelijke termijn in e.a. Het Hof heeft vastgesteld dat de ontnemingsprocedure die, nadat in de hoofdzaak op 15 oktober 2004 vonnis was gewezen, op 5 september 2006 bij de Rb aanhangig is gemaakt en tot een op 11 juli 2008 uitgesproken ontnemingsvonnis heeft geleid, in e.a. weliswaar lang heeft geduurd, maar dat dit tijdsverloop in die procesfase i.v.m. de complexiteit en de omvang van het onderzoek niet als een overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM kan worden beschouwd. Daarin ligt als het feitelijk en niet onbegrijpelijk oordeel van het Hof besloten dat die in aanmerking genomen omstandigheden van doorslaggevende invloed zijn geweest op de lange duur van het tijdsverloop in e.a. Hiervan uitgaande, kan de enkele omstandigheid dat het Hof heeft verzuimd tot uitgangspunt te nemen dat het moment waarop de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn moet worden gesteld op 8 oktober 2003 niet afdoen aan de begrijpelijkheid van het oordeel van het Hof dat geen sprake is geweest van overschrijding van de redelijke termijn in e.a. 2. Overschrijding redelijke termijn in de cassatiefase.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BV9347 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BX8465
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BX8465