Parket bij de Hoge Raad, 05-10-2012 / 12/00400


ECLIECLI:NL:PHR:2012:BY1258
Datum05-10-2012
InhoudsindicatieCONCLUSIE PG Deze procedure draait om de vraag of een inspecteur rechtsgeldig een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen (hierna: bpm) kan opleggen vˇˇrdat de (aangegeven) belasting op aangifte is voldaan en vˇˇrdat de registratie van de personenauto - ter zake waarvan bpm is verschuldigd - is afgerond. In de periode van medio 2009 tot medio 2011 deden zich in de praktijk problemen voor als de inspecteur meende dat meer bpm verschuldigd is dan de 'registrant' op aangifte wilde betalen. De inspecteur gaf dan geen fiscaal akkoord af, omdat zijns inziens niet alle verschuldigde bpm is voldaan. En zonder fiscaal akkoord geeft de RDW geen kenteken(bewijs) af, kan de registratie niet worden voltooid en is er geen belastbaar feit. Inspecteurs doorbraken deze patstelling door direct na het indienen van de aangifte een naheffingsaanslag op te leggen voor het verschil tussen de volgens de inspecteur verschuldigde bpm en de aangegeven bpm. Het fiscaal akkoord en het kenteken werden afgegeven, nadat zowel de op de aangifte vermelde als de nageheven bpm was betaald. Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) oordeelde dat een redelijke wetstoepassing het opleggen van de naheffingsaanslag rechtvaardigt. Hof 's-Hertogenbosch (hierna: het Hof) oordeelde in tegengestelde zin omdat naar zijn oordeel de door de Inspecteur gehanteerde wijze van corrigeren niet past in het systeem van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr). De Staatssecretaris komt in cassatie tegen dit oordeel van het Hof op. A-G Van Hilten betoogt dat de Wet bpm wat heffing betreft haar eigen regels kent, maar wat naheffing betreft de Awr volgt. Naheffing kan plaatsvinden indien (en voor zover) de bpm die op aangifte behoort te worden voldaan, geheel of gedeeltelijk niet is betaald (art. 20, lid 1, van de Awr). Vereist voor naheffing is dat de aangifte- en betalingstermijn zijn verstreken. Zonder (voltooiing van de) registratie (kenteken tenaamgesteld en gedagtekend; vgl. artikel 2, lid 1, van de Wet bpm en parlementaire geschiedenis) is er geen belastbaar feit en kan aan naheffing niet worden toegekomen. Volgens de A-G is niet relevant dat de wetgever wenste dat de materieel verschuldigde bpm volledig zou zijn voldaan, voordat het kenteken wordt afgegeven. Artikel 6 van de Wet bpm (heffing) kan haars inziens niet worden gezien als een lex specialis van artikel 20 van de Awr (naheffing). De wijze waarop inspecteurs de patstelling doorbraken is daarom niet in overeenstemming met de Awr. Ook de overige door de Staatssecretaris aangevoerde argumenten doen aan deze conclusie niet af. Evenals het Hof meent A-G Van Hilten dat de naheffingsaanslag niet in stand kan blijven. De belanghebbende stelt in haar beroepschrift in cassatie dat het Hof ten onrechte geen veroordeling in de werkelijke proceskosten heeft uitgesproken. De A-G stelt voorop dat het antwoord op de vraag of sprake is van bijzondere omstandigheden die een hogere dan de forfaitaire proceskostenvergoeding rechtvaardigen sterk afhankelijk is van de feiten, en daarmee grotendeels voorbehouden aan de feitenrechter. Zij concludeert dat 's Hofs oordeel dat het geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht niet onbegrijpelijk is, gelet op de omstandigheid dat artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht met terughoudendheid moet worden toegepast, gezien de ruime beoordelingsvrijheid van het Hof, het feit dat ten tijde van het vaststellen van de naheffingsaanslag geen rechtspraak voorhanden was waaruit kon worden afgeleid of die aanslag stand zou houden, en het feit dat de Rechtbank alsmede rechtbank 's-Gravenhage nadien de naheffingsaanslag in dit (soort) geval(len) in stand hebben gelaten. De cassatiemiddelen van belanghebbende falen. De conclusie strekt tot ongegrondverklaring van zowel het beroepschrift in cassatie van de Staatssecretaris als dat van belanghebbende.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BQ0415 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1996:AA2060 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:64 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH1928 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ3817 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BV8952 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6152 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BN7172 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BJ7913 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2010:BL8869 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2075 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3221 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AF7970 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8650 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AR6816 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2012:BV9109
Gerelateerd ECLI:NL:GHARN:2012:BW0450
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BN3865
Gerelateerd ECLI:NL:RBLEE:2011:BP5325
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:64 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:787
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2013:16528
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2013:15648
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2013:15620