Parket bij de Hoge Raad, 30-10-2012 / 11/04625


ECLIECLI:NL:PHR:2012:BY3905
Datum30-10-2012
InhoudsindicatieCONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 11/04625 naar aanleiding van het beroep in cassatie van X, belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 september 2011, nr. BK-09/00330, LJN BW3605. Belanghebbende was lid van de raad van toezicht van een woningstichting te S. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek vanwege het vermoeden dat belanghebbende zich ten koste van de woningstichting heeft verrijkt met onroerende zaaktransacties, heeft de Inspecteur aan belanghebbende de onderhavige navorderingsaanslag opgelegd wegens achteraf gebleken andere inkomsten uit arbeid. Het eerste middel ziet op de vraag of alle 'op de zaak betrekking hebbende stukken' door de Inspecteur in het geding zijn gebracht. Het Hof heeft 'aannemelijk (...) bevonden dat de inspecteur alle stukken in het geding heeft gebracht die bij de uitspraak op bezwaar en het opleggen van de navorderingsaanslag een rol hebben gespeeld in zijn besluitvorming (...)'. Het komt de A-G echter voor dat 'de op de zaak betrekking hebbende stukken' als bedoeld in artikel 8:42, lid 1, Awb die een inspecteur in het geding moet brengen, ruimer zijn dan het deel van de stukken waarop een inspecteur, na eigen selectie op grond van alle bij hem bekende op de zaak betrekking hebbende stukken, zijn besluitvorming heeft gebaseerd. Dat betekent volgens de A-G dat daartoe in casu behoren bepaalde agenda's op de inhoud waarvan, als vastgelegd in een proces-verbaal, de Inspecteur zich mede heeft gebaseerd, daarin gevolgd door het Hof. Dat de agenda's niet langer in het bezit van de Inspecteur of FIOD-ECD zijn, dient volgens de A-G voor rekening en risico van de Inspecteur te komen. De A-G meent dat het eerste middel slaagt en verwijzing moet volgen. Na verwijzing dient volgens de A-G vooreerst te worden nagegaan of overlegging van de agenda's door de Inspecteur alsnog haalbaar is. Indien dat niet het geval mocht zijn dient te worden bepaald of de gegevens uit de agenda's, als vermeld in dat proces-verbaal, mogen meewerken aan de bewijsvoering (quod non, wat de A-G betreft) en, zo niet, wat daarvan de verdere gevolgen zijn. Het Hof heeft een aanbod van belanghebbende tot het leveren van getuigenbewijs gepasseerd. Daartegen is het tweede middel gericht. De A-G merkt vooreerst op dat belanghebbende zich geenszins benadeeld kan achten door de bewijswaardering die het Hof veronderstellenderwijs heeft gehanteerd. Die waardering houdt als prognose namelijk in dat getuigen precies zullen verklaren hetgeen als te bewijzen door belanghebbende is aangeboden. Vervolgens rijst echter de vraag of die veronderstellenderwijs bewezen geachte feiten de waardering van de zaak anders kunnen maken. Na vaststelling van de inhoud van de bewijsaanbiedingen en toetsing op begrijpelijkheid van de overwegingen van het Hof terzake, komt de A-G tot de gevolgtrekking dat dit niet het geval zal kunnen zijn. Het tweede middel faalt. Het derde middel ziet op inwonerschap en verdragswoonplaats, namelijk op de vraag of belanghebbende in Nederland een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft gehad in de zin van de BRK en het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland. De A-G merkt op dat de vraag of een belanghebbende in Nederland een duurzaam tehuis tot zijn beschikking had vooral afhankelijk is van de feitelijke omstandigheden. Onderdeel van die maatstaf is met name niet of er tussen belanghebbende en de woning een formele rechtsbetrekking is, zoals eigendom, huur of bruikleen. Het Hof heeft feitelijk vastgesteld 'dat belanghebbende in het onderhavige jaar het merendeel van zijn tijd in Nederland doorbracht en daar in gezinsverband met zijn echtgenote leefde'. De A-G meent dat dit niets anders kan inhouden dan dat ook belanghebbende woonde in de aan de echtgenote toebehorende woning welke hem dus als duurzaam tehuis ter beschikking stond. Het derde middel faalt. Het vierde middel stelt ter discussie of belanghebbende dan wel diens Antilliaanse N.V. als partij betrokken is geweest bij bepaalde onroerend goed transacties waarvan de inkomsten in aanmerking zijn genomen bij belanghebbende. De A-G merkt op dat men er vanuit mag gaan dat zaken worden gedaan met degene die men voor zich heeft, tenzij blijkt dat deze niet optreedt namens zichzelf, maar namens een andere partij, als hoedanig in principe ook een N.V. kan functioneren. Feiten ten gunste van een aldus bekend gemaakt optreden van belanghebbende namens een Antilliaanse N.V. zijn door het Hof volgens de A-G niet vastgesteld. Er vanuit gaande dat zaken zijn gedaan met belanghebbende zelf, doet het er, aldus de A-G, niet toe of vervolgens bedragen door zakenpartners van belanghebbende zijn gestort op enige rekening van de Antilliaanse N.V., op (latere) aanwijzing van belanghebbende. Het vierde middel faalt. Het vijfde middel gaat over schending van de redelijke termijn van berechting. Een belanghebbende dient in beginsel uiterlijk hangende het hoger beroep aan het Hof te verzoeken om een immateriŽle schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. In casu doet het zich echter voor dat de feiten met zich meebrengen dat belanghebbende die mogelijkheid bij het Hof niet heeft gehad. Bij het Hof was namelijk het onderzoek al geruime tijd gesloten op het moment dat de redelijke termijn van berechting (mogelijkerwijs) werd overschreden. Het Hof had onder deze, vrij bijzondere, omstandigheden, naar de A-G meent, ambtshalve moeten vaststellen dat de redelijke termijn van berechting bij het Hof in casu kan zijn overschreden en had daarnaar onderzoek moeten doen. In zoverre slaagt het vijfde middel. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard en verwijzing moet volgen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AO7817 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:29 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2008:BA3823 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AT3409 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1999:AA2719 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AT3027 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2005:AU3687 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AO8218 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AP0229 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2008:BC6720 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSGR:2011:BW3605 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2008:BF4652 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2006:AY4179 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AT7218 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6163 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4930
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2006:AV1333
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1824
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AL6962
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1999:AA2902
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2012:BV9140
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2002:AF8735
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:29 ★★★★★