Parket bij de Hoge Raad, 19-12-2013 / 13/01201


ECLIECLI:NL:PHR:2013:2385
Datum19-12-2013
InhoudsindicatieAan belanghebbende zijn met toepassing van de verlengde navorderingstermijn navorderingsaanslagen IB/PVV 1993 en VB 1994 opgelegd in verband met rente-inkomsten en vermogen op Duitse bankrekeningen. In geschil is of de inspecteur de aanslag voldoende voortvarend en op de juiste wijze heeft vastgesteld en of de boete (verder) moet worden gematigd. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende voortvarendheid heeft gehandeld en vernietigde de navorderingsaanslagen. Het Hof heeft overwogen dat pas na de ontvangst van het proces-verbaal van de FIOD-ECD de inspecteur over aanwijzingen van buitenlandse tegoeden beschikte en dat de aanslagen voldoende voortvarend waren opgelegd. Voorts overwoog het hof dat belanghebbende gerechtigd was tot de Duitse bankrekeningen en dat de inspecteur het inkomen van belanghebbende niet onredelijk had geschat en dat de verhogingen niet verder gematigd hoefden te worden. Lidstaten mogen voor buitenlandse banktegoeden een langere navorderingstermijn toepassen dan voor binnenlandse tegoeden wanneer de belastingautoriteiten geen aanwijzingen voor verzwegen banktegoeden hebben. Volgens de A G dient onder belastingautoriteiten niet alleen de inspecteur, maar ook de FIOD-ECD te worden verstaan. De FIOD-ECD maakt deel uit van de organisatie van de Belastingdienst en vanuit het oogpunt van rechtsbescherming valt het niet te verklaren waarom een onderzoek naar iemands fiscale aangelegenheden korter of langer zou mogen duren naar gelang de overheid het onderzoek door de ene dan wel de andere dienst laat uitvoeren. Hoewel de eerste twee cassatiemiddelen door belanghebbende terecht zijn voorgedragen kan het beroep echter niet tot cassatie van de hofuitspraak leiden aangezien het hof ook de handelwijze van de FIOD-ECD heeft getoetst op haar voortvarendheid. Het hof kwam tot het oordeel dat de tijd die de FIOD-ECD heeft gebruikt voor het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting aanvaardbaar is. Voorts is de inspecteur niet verplicht om, zodra hij beschikt over aanwijzingen over buitenlands vermogen, een eigen onderzoek te starten. s Hofs oordelen over de voortvarendheid van het onderzoek bij de FIOD-ECD, de gerechtigdheid tot de bankrekening en de matiging van de verhogingen zijn voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.
TijdschriftartikelParket bij de Hoge Raad 19-12-2013 (met noot)
P.G.M. Jansen
NTFR 2014/548
Ook handelwijze van FIOD-ECD is van belang voor voortvarendheid.
TijdschriftartikelParket bij de Hoge Raad 19-12-2013 (met noot)
P.G.H. Albert
BNB 2014/138
Verlengde navorderingstermijn. Voortvarendheidseis
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BJ9092 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BJ9120 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD0191 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:717 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP4779 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BZ6799 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW3349 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1215 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM3301 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:CA2255 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2013:CA2824 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM3304 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BX8552 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5241 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2013:2386 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2249 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBZWB:2013:5528
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2013:CA3163
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0935
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BX0888
Gerelateerd ECLI:NL:GHARN:2012:BW3384
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2012:BV0456
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2011:BT6770
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2011:BT1922
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0868
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4437
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2014:2591