Parket bij de Hoge Raad, 03-06-2014 / 13/00172


ECLIECLI:NL:PHR:2014:1523
Datum03-06-2014
Inhoudsindicatie1. Slagende bewijsklacht verduistering. 2. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 15i Sr. De opvatting dat ingeval de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke vrijheidstelling in strijd met art. 15i.2 Sr niet "onverwijld" is ingediend, zulks dient te leiden tot de n-o verklaring van het OM in die vordering, is onjuist. De wet verbindt immers geen rechtsgevolg aan de niet-naleving van voormeld voorschrift, terwijl n-o verklaring van het OM ook niet voortvloeit uit de aard van het desbetreffende voorschrift. Dit laat overigens onverlet dat de rechter, mede gelet op het bepaalde in art. 6 EVRM omtrent de behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn, andere gevolgtrekkingen kan verbinden aan de omstandigheid dat een vordering laat is ingediend. Beslissingen dienaangaande kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst. 's Hofs oordeel dat de vordering niet zodanig laat is ingediend dat zulks dient te leiden tot de afwijzing van die vordering, is niet onbegrijpelijk.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BK2880 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1989:ZC8253 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1430 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:2647 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BZ6625 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1572 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBARN:2012:BV1576
Gerelateerd ECLI:NL:RBARN:2011:BR3915
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:2647 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:63
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2015:2606