Parket bij de Hoge Raad, 04-03-2014 / 13/02044


ECLIECLI:NL:PHR:2014:178
Datum04-03-2014
InhoudsindicatieBelanghebbende heeft recht op een jaarlijkse uitkering uit een (sub)trust. In geschil is of deze uitkeringen ingevolge de overgangsregeling van artikel I, onderdeel O, lid 1, onderdeel b, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 in box 1 worden belast. De rechtbank was oordeel dat de trustuitkeringen niet onder het overgangsrecht vielen, omdat geen sprake was van een aan de trustuitkeringen ten grondslag liggende overeenkomst. Het hof oordeelde daarentegen dat het recht van belanghebbende tegenover de subtrust moest worden aangemerkt als een recht op een periodieke uitkering. Vervolgens overwoog het hof dat de uitkeringen op grond van het overgangsrecht belast waren in box I omdat de wetgever bestaande rechten op periodieke uitkeringen die de tegenwaarde van een prestatie vormden, volgens het oude regime wilde belasten. De wetgever heeft niet bedoeld om rechten gebaseerd op eenzijdige rechtshandelingen uit te sluiten van deze overgangsbepaling. Belanghebbende betoogde in cassatie dat er geen sprake is van een recht op een periodieke uitkering (middelonderdeel a); de uitkering niet op een overeenkomst is gebaseerd (middelonderdeel b); er geen sprake is van een premie (middelonderdeel c), en er geen ruimte bestaat voor een extensieve interpretatie van de overgangsbepaling (middelonderdeel d). A-G Niessen meent dat het feitelijk oordeel van het hof dat het recht van belanghebbende jegens de subtrust is aan te merken als een recht op een periodieke uitkering geenszins onbegrijpelijk is. Voorts meent de A-G dat er voldoende redenen zijn om de verrichte rechtshandelingen te kwalificeren als een overeenkomst in de zin van de onderhavige bepaling. De klacht dat niet als vereist voor toepassing van de regeling een premie zou zijn voldaan, faalt eveneens daar in de inkomstenbelastingwetgeving onder premie mede wordt verstaan een eenmalige premie of koopsom. Het hof mocht onder premie verstaan de tegenprestatie ter verkrijging van het recht op periodieke uitkeringen. De klacht dat naar doel en strekking het overgangsrecht niet van toepassing dient te zijn slaagt evenmin. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de onderhavige uitkeringen voldoen aan de wettelijke en jurisprudentiŽle eisen voor periodieke uitkeringen. De eis van een gemengd karakter zoals door belanghebbende gepostuleerd, is nimmer naar positief recht gesteld. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.
TijdschriftartikelParket bij de Hoge Raad 04-03-2014 (met noot)
M.E. Kastelein
NTFR 2014/1122
Uitkering uit subtrust terecht belast in box 1.
TijdschriftartikelParket bij de Hoge Raad 04-03-2014, 13/02044 (met noot)
Redactie
V-N 2014/18.10
Inkomsten uit trust uit 1989 zijn volgens A-G belast in box 1
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2007:AY5991 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:2776 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:AY5991 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AY3640 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2013:1472
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:2776 ★★