Parket bij de Hoge Raad, 08-04-2014 / 12/04978


ECLIECLI:NL:PHR:2014:714
Datum08-04-2014
InhoudsindicatieEenvoudige bankbreuk, art. 342.ahf.3 (oud) Sr. Falende middelen over grondslagverlating en kwalificatie m.b.t. het misdrijf van art. 342.ahf.3 (oud) Sr. Het Hof heeft de tll. aldus verstaan, dat daarin aan verdachte primair wordt verweten dat hij eraan feitelijk leiding heeft gegeven dat de stichting X, als bestuurder van de in staat van faillissement verklaarde rechtsperso(o)n(en) Y en/of Z, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van die rechtsperso(o)n(en) niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen omschreven in de tll en subsidiair, dat hij eraan feitelijk leiding heeft gegeven dat de stichting X, als bestuurder van de in staat van faillissement verklaarde rechtsperso(o)n(en) Y en/of Z, niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen omschreven in de tll. Die uitleg is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tll. en moet in cassatie worden geŽerbiedigd. Van die uitleg uitgaande heeft het Hof bij de bewezenverklaring de grondslag van de tll. niet verlaten. Klaarblijkelijk heeft het Hof de tll. voorts aldus verstaan dat de in art. 342.ahf.3 (oud) Sr voorkomende termen indien aan hem te wijten is, dat () boeken, bescheiden en andere gegevens () niet in ongeschonden staat worden tevoorschijn gebracht, daarin zijn omschreven met de woorden niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen t.o.v. het () tevoorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers. Uitgaande van die uitleg heeft het Hof terecht geoordeeld dat het bewezenverklaarde het misdrijf van art. 342.ahf.3 (oud) Sr oplevert.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1685 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1685 ★★