Parket bij de Hoge Raad, 31-03-2016 / 15/02939


ECLIECLI:NL:PHR:2016:204
Datum31-03-2016
InhoudsindicatieBelanghebbende was bestuurder van [B] B.V. Op 9 december 2008 is het faillissement van [B] uitgesproken. Belanghebbende is door de Ontvanger bij beschikking als bestuurder aansprakelijk gesteld voor aan [B] opgelegde en onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting over de periode september tot en met november 2008. Het Hof heeft geoordeeld dat het onbetaald blijven van de belastingschulden het gevolg is van aan belanghebbende te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Bij dit oordeel heeft het Hof zwaarwegend geacht de omstandigheid dat [B], terwijl vaststond dat zij binnen afzienbare tijd zou ophouden te bestaan, haar krediet bij de bank (geheel) heeft afgelost, maar de (oplopende) belastingschulden niet heeft voldaan. Ten aanzien van de hoogte van het bedrag van de aansprakelijkstelling heeft het Hof geoordeeld dat de over de maand november 2008 onbetaald gebleven belastingen niet door toedoen van belanghebbende onbetaald zijn gebleven omdat de verplichting daartoe, vanwege het faillissement van [B] op 9 december 2008, niet meer op belanghebbende rustte, maar op de curator. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat het na faillissement oplopen van de door [B] verschuldigde invorderingsrente, als zodanig niet aan belanghebbende te wijten is, zodat de beschikking verminderd is. In het eerste middel van belanghebbende wordt de stelling betrokken dat belanghebbende geen andere keuze had dan eerst de schuld aan de bank te voldoen. Alle betalingen die [B] ontving, kwamen binnen op haar rekening bij die bank, en de bank trok via verrekening alle ontvangen bedragen naar zich toe. Belanghebbende kon deze afboekingen en verrekeningen door de bank niet tegenhouden, aldus het middel. s Hofs oordeel dat belanghebbende vanwege het volledig aflossen van het bankkrediet kennelijk onbehoorlijk bestuur kan worden verweten, is volgens belanghebbende derhalve onbegrijpelijk. De A-G merkt op dat de vraag of belanghebbende, als bestuurder van [B], de mogelijkheid had om de aflossing van het bankkrediet tegen te houden, vooral een feitelijke kwestie is. Het Hof heeft hieromtrent in zijn uitspraak niets vastgesteld, althans, volgens de A-G, niet in voldoende duidelijke termen. De kwestie lijkt de A-G te belangrijk voor de beoordeling van de zaak dan dat hier iets anders mag worden verlangd dan heldere bewoordingen (dus niet iets als impliciet of ligt besloten). De A-G acht de stelling van belanghebbende als maatstaf in principe juist, want tot het onmogelijke is niemand gehouden. Een bestuurder kan slechts worden verweten kennelijk onbehoorlijk te hebben bestuurd, indien zo een bestuurder de mogelijkheid had om de gewraakte bestuurshandelingen niet te verrichten. Zonder een dergelijke keuzevrijheid treft een bestuurder ten aanzien van die handelingen geen verwijt. De stelling van belanghebbende, dat hij geen andere keuze had dan eerst de schuld aan de bank te voldoen, kan volgens de A-G mede beslissend zijn voor het oordeel omtrent de (on)behoorlijkheid. Daarom had het Hof daaraan overwegingen moeten wijden. De A-G wijst er op dat in dat kader ook dient te worden onderzocht of belanghebbende onverplicht en lichtvaardig een pandrecht aan de bank heeft doen geven. En, zo ja, of dat op zichzelf onbehoorlijk bestuur oplevert of daaraan bijdraagt. Het kan zich immers voordoen dat een bestuurder zich eerder, zonder daartoe verplicht te zijn, verwijtbaar in de latere onmogelijkheid heeft gebracht om gewraakte bestuurshandelingen niet te verrichten. Alsdan kan daarin volgens de A-G een fundamenteel onbehoorlijk uitgangspunt zijn gelegen, dat het vervolg eveneens onbehoorlijk maakt. In zoverre slaagt het eerste middel van belanghebbende. De A-G meent dat zal moeten worden verwezen naar een ander Hof om een en ander alsnog uit te zoeken en te beoordelen. Het eerste middel vervolgt met de stelling dat s Hofs oordeel dat belanghebbende, uit eigen initiatief, in overleg had moeten treden met de Ontvanger rechtens onjuist dan wel ontoereikend gemotiveerd is. De A-G meent dat het achterwege zijn gebleven van overleg geen zelfstandige grond is om onbehoorlijk bestuur aan te nemen. In zoverre acht de A-G dit middelonderdeel terecht voorgesteld. Naar aanleiding van het vierde middel van belanghebbende merkt de A-G op dat het Hof er kennelijk van uit gaat dat de Ontvanger altijd de vrijheid zou hebben om te kiezen welke bestuurder hij aansprakelijk stelt en/of dat het ten onrechte niet aansprakelijk stellen van de andere bestuurders geen gevolgen kan hebben voor de wel aansprakelijk gestelde bestuurder. Dat oordeel acht de A-G onjuist, zodat het vierde middel slaagt. Het eerste middel van de Staatssecretaris slaagt, omdat de omstandigheid dat nŠ het faillissement de curator, en niet belanghebbende, bevoegd was om de aangiften loon- en omzetbelasting in te dienen en te betalen, volgens de A-G niet uitsluit dat het aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van belanghebbende kan zijn te wijten dat de curator de loon- en omzetbelasting niet heeft afgedragen c.q. voldaan. Het tweede middel van de Staatssecretaris slaagt eveneens, aangezien volgens de A-G een aansprakelijke bestuurder ook aansprakelijk kan zijn voor na faillissement verschenen invorderingsrente, mits die bestuurder ter zake een specifiek en afzonderlijk verwijt treft. De conclusie strekt ertoe dat zowel het beroep in cassatie van belanghebbende als dat van de Staatssecretaris van FinanciŽn gegrond dient te worden verklaard.
TijdschriftartikelParket bij de Hoge Raad 31-03-2016 (met noot)
Redactionele aantekening
V-N 2016/25.20
A-G concludeert tot verwijzing voor nader feitelijk onderzoek of bestuurder in positie was eenzijdige besteding van financiŽle middelen te voorkomen
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2001:AB2053 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2161 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2982 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:530 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AT6017 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW7714 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:23 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2001:AB2733 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BV6722 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO9577 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2015:1846 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2001:AB2733
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2001:AB1336
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:530 ★★★★★