Parket bij de Hoge Raad, 17-05-2016 / 15/01851


ECLIECLI:NL:PHR:2016:443
Datum17-05-2016
InhoudsindicatieWordt belanghebbende verbonden voor verbintenissen betreffende de onderneming? Kan het onderhavige fonds voor gemene rekening aangemerkt worden als vof? Zijn alle op de zaak betrekking zijnde stukken ingebracht? Door Hof toegekende proceskostenvergoeding te hoog? Op 30 december 2010 is een besloten fonds voor gemene rekening [A] (hierna: het Fonds) opgericht. [X] (hierna: belanghebbende) heeft daarin een participatie. Op 30 december 2010 is een aantal overeenkomsten gesloten, waaronder: De Fondsvoorwaarden volgens welke het Fonds is ingesteld en volgens welke de bevoegdheden tussen de beheerder en participanten van het Fonds zijn verdeeld. Een participation- and shareholdersagreement tussen (aandeelhouders van) participanten. Een koopovereenkomst, bij welke overeenkomst de aanschaf van een schip door de beheerder van het Fonds is geregeld en bij welke overeenkomst de economische eigendom aan het Fonds is toebedeeld. Een leningovereenkomst ter financiering van het schip. Een aantal overeenkomsten waarbij ook derden partij waren. Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) oordeelt eerst dat de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. Vervolgens oordeelt het Hof dat de onderneming van het Fonds (mede) voor rekening en risico van belanghebbende wordt gedreven. Daarnaast oordeelt het Hof dat het Fonds naar civiele maatstaven het meest overeenkomt met een vennootschap onder een firma (hierna: vof), en dat belanghebbende derhalve als participant verbonden wordt voor verbintenissen betreffende de onderneming, zodat hij recht heeft op toepassing van de geruisloze omzetting als bedoeld in artikel 3.65 Wet IB 2001. Subsidiair oordeelt het Hof dat ook een aantal van de in de onderhavige zaak gesloten overeenkomsten zelfstandig de conclusie kan dragen dat belanghebbende wordt verbonden in hiervoor bedoelde zin. In het principale beroep in cassatie bestrijdt de Staatssecretaris dat sprake is van een vof, dat belanghebbende anderszins verbonden wordt voor verbintenissen betreffende de onderneming en dat een onderneming voor rekening en risico van belanghebbende wordt gedreven met rechts- en motiveringsklachten. In het incidentele beroep in cassatie stelt belanghebbende dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de door belanghebbende verzochte interne rapportage niet kwalificeert als een op de zaak betrekking hebbend stuk dat door de inspecteur dient te worden overgelegd, dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende bij de Rechtbank niet recht had op een meer dan forfaitaire proceskostenvergoeding tegen 'factor 1' en dat het Hof ondanks een daartoe strekkend verzoek geen vergoeding aan belanghebbende heeft toegekend voor de door hem ingeschakelde deskundige. A-G Niessen behandelt eerst het principale beroep in cassatie van de Staatssecretaris. De AG zet uiteen dat gebruik kan worden gemaakt van de geruisloze omzetting als bedoel in artikel 3.65 Wet IB 2001 indien sprake is van ondernemerschap als bedoeld in artikel 3.4 Wet IB 2001. Hiervan is sprake indien een onderneming voor rekening en risico van de belastingplichtige wordt gedreven én indien de belastingplichtige rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming. Het verbondenheidscriterium dient naar civielrechtelijke maatstaven te worden geïnterpreteerd. Dit brengt met zich dat het Hof terecht heeft getoetst of het Fonds naar die maatstaven beschouwd als personenvennootschap moet worden gekwalificeerd. Omdat echter in het onderhavige geval een oprichtingsakte ontbreekt, en omdat een dergelijke akte voor belanghebbende als eisende partij een dwingend bewijsvoorschrift is, had het Hof niet tot de conclusie kunnen komen dat het Fonds als vof aangemerkt moet worden. Dat neemt niet weg dat de overige oordelen van het Hof wel kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is van een openbare maatschap. Dientengevolge kan het eerste middel van de Staatssecretaris slechts doel treffen indien dit middel die losse oordelen met succes bestrijdt. Bij de behandeling van het eerste principale middel zet de A-G uiteen dat het kunnen afdwingen van de inbrengverplichting door maten onderling niet constitutief is voor het bestaan van een maatschap. Het oordeel van het Hof, dat het Fonds onder gemeenschappelijke naam is opgetreden in het rechtsverkeer getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onvoldoende gemotiveerd en ook overigens niet onbegrijpelijk. De A-G meent op basis van de door het Hof vastgestelde feiten dat derden immers een reden hadden om aan te nemen dat sprake was van een dergelijk optreden in het rechtsverkeer. De A-G betoogt ook dat, anders dan de Staatssecretaris meent, de volgende punten geen steun vinden in het positieve recht: een regeling voor de draagplicht van participanten na aansprakelijkheidstelling van één van hen is verplicht in geval van een personenvennootschap, en andersluidende schriftelijke uitlatingen van gewezen maten blokkeren het bestaan van een maatschap. Ook de overige middelonderdelen slagen niet. Het eerste middel faalt. Ten aanzien van het tweede principale middel meent de A-G dat het Hof op niet onbegrijpelijke en ook overigens niet onvoldoende gemotiveerde wijze heeft geoordeeld dat de economische eigendom van het schip bij het Fonds is komen te berusten. Hiermee is vast komen te staan dat de onderneming van het Fonds mede voor rekening en risico van belanghebbende wordt gedreven. Het tweede middel faalt. Aldus is voldaan aan de eisen voor toepassing van artikel 3.65 Wet IB 2001. Het principale beroep in cassatie dient ongegrond te worden verklaard. Vervolgens behandelt de A-G het incidentele beroep in cassatie van belanghebbende. Ten aanzien van het eerste incidentele middel betoogt de A-G dat het oordeel van het Hof, dat de door belanghebbende verzochte interne rapportage niet kwalificeert als een op de zaak betrekking hebbend stuk dat door de Inspecteur dient te worden overlegd, dit oordeel niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, niet onvoldoende is gemotiveerd en ook overigens niet onbegrijpelijk is. Ten aanzien van het tweede middel schrijft de A-G dat een beroep op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en op het Handvest van de Europese Unie niet kan slagen omdat deze zaak een zuivere belastingprocedure betreft respectievelijk omdat niet voor redelijke twijfel vatbaar is dat de onderhavige zaak niet het ten uitvoer brengen van het recht van de Unie als bedoeld in artikel 51, lid 1, van het Handvest betreft. Het derde middel kan ook niet slagen omdat de kosten van een juridische deskundige (waarvan in het onderhavige sprake is) niet voor integrale vergoeding in aanmerking komen. Het incidentele beroep in cassatie faalt in al zijn middelonderdelen. A-G Niessen concludeert tot ongegrondverklaring van het principale en het incidentele beroep in cassatie.
TijdschriftartikelParket bij de Hoge Raad 17-05-2016 (met noot)
Redactionele aantekening
V-N 2016/34.17
IB-ondernemerschap volgens A-G voor participant in fonds dat schip exploiteert
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BA3823 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BT2293 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:874 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:29 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1182 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1129 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BQ3876 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:3041 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:AD8186 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:740 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BK5986 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2015:5435 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BB9390 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2015:811 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2015:3215 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC3673 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:339 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2008:BC3673 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5067 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:423 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBGEL:2014:2878 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:CA3786 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC3679 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBGEL:2015:6473
Gerelateerd ECLI:NL:RBGEL:2015:6472
Gerelateerd ECLI:NL:RBNHO:2013:6272
Gerelateerd ECLI:NL:RBALM:2005:AU9917
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2015:2918
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:339 ★★