Parket bij de Hoge Raad, 05-01-2016 / 14/01154


ECLIECLI:NL:PHR:2016:99
Datum05-01-2016
Inhoudsindicatie1. Salduz. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH3079 en ECLI:NL:HR:2015:3608. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof geoordeeld dat verdachte tijdens het in het middel bedoelde verhoor "terecht (...) door de politie als getuige en niet als verdachte [is] aangemerkt", waarmee het Hof tot uitdrukking heeft gebracht dat op het moment dat dit verhoor plaatsvond de verbalisanten in redelijkheid hebben kunnen aannemen dat t.a.v. verdachte nog geen redelijk vermoeden van schuld i.d.z.v. art. 27.1 Sv aanwezig was. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk gelet op hetgeen het Hof heeft vastgesteld omtrent de omstandigheden voorafgaand en tijdens het verhoor. Het hierop voortbouwende oordeel van het Hof dat verdachte zich t.t.v. het verhoor niet in een met een aanhouding vergelijkbare situatie bevond en dat de bedoelde verklaring voor het bewijs kan worden gebezigd, geeft in het licht van het voorgaande niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 2. Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie. 3. Middelen voor het overige: art. 81.1 RO.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AU9130 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:3608 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:407 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1446 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:407 ★★