Parket bij de Hoge Raad, 25-09-2017 / 17/02730


ECLIECLI:NL:PHR:2017:1036
Datum25-09-2017
InhoudsindicatieVoor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2017, nr. 14/00788. Deze procedure maakt deel uit van een cluster van zeven verwante zaken waarin vandaag een conclusie wordt genomen. Bij die conclusies behoort een gemeenschappelijke bijlage. Alle zaken hebben gemeen dat zij, op enigerlei wijze, zien op de vraag of bepaalde fysieke stukken of computerbestanden, zijn aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken. In deze procedure speelt met name of het strafdossier en stukken die zien op de afstemming tussen het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst, dienen te worden aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42, eerste lid, van de Awb. Ook is in geschil of het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel is geschonden. Tevens is er de vraag of de navorderingsaanslag IB/PVV 2005 tijdig bekend is gemaakt. Voorts is in geschil of de vereiste aangifte is gedaan en ten slotte of belanghebbende op grond van artikel 4, tweede lid, van het Belastingverdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk 1980 op verdragsniveau inwoner is van Nederland. Na oplegging aan belanghebbende van een aanslag IB/PVV 2005 als buitenlands belastingplichtige, is de Inspecteur, na nader onderzoek, gekomen tot de opvatting dat belanghebbende is aan te merken als inwoner van Nederland en heeft met dagtekening 31 december 2011 een navorderingsaanslag IB/PVV 2005 opgelegd aan belanghebbende als binnenlands belastingplichtige. Het Hof heeft bij uitspraak van 16 mei 2017 geoordeeld dat de navorderingsaanslag tijdig is vastgesteld. Daartoe heeft het Hof overwogen dat uit het bezwaarschrift van maandag 2 januari 2012, waarin wordt verwezen naar de brief van 21 december 2011, blijkt dat de gemachtigde uiterlijk op die datum kennis heeft genomen van die brief. Daarom heeft het Hof aannemelijk geacht dat die brief uiterlijk de voorafgaande werkdag, dat is vrijdag 30 december 2011 (ťťn dag voor de afloop van de navorderingstermijn), door verzending bekend is gemaakt. Verder heeft het Hof aannemelijk geacht dat de adviseur van de verhuur van het appartement en de daarmee verworven inkomsten op de hoogte was en dat hij daarom wist of zich ervan bewust moest zijn geweest dat door het indienen van de aangifte te weinig inkomstenbelasting zou worden geheven. Op grond hiervan heeft de Inspecteur volgens het Hof aannemelijk gemaakt dat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan, zodat de bewijslast op grond van artikel 27e, eerste lid, van de AWR is omgekeerd en verzwaard. Het Hof heeft het verzoek van belanghebbende om twee FIOD opsporingsambtenaren als getuigen te horen gepasseerd en heeft overwogen dat nu het Hof zijn oordeel heeft gebaseerd op gegevens waarvan niet ter discussie staat dat zij rechtmatig door de Inspecteur zijn verkregen, een onderzoek naar het rechtmatig gebruik van de door de FIOD in beslaggenomen stukken, het strafdossier of de stukken die zien op de afstemming tussen het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst, niet van belang is. Het Hof heeft verder geoordeeld dat geen sprake is van schending van het unierechtelijke verdedigingsbeginsel en dat zelfs indien sprake zou zijn geweest van een schending van het verdedigingsbeginsel, deze schending niet tot vernietiging van de aanslag leidt, nu belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het besluitvormingsproces zonder deze schending tot een andere afloop had kunnen leiden. Belanghebbende komt tegen de Hofuitspraak thans op in cassatie, onder aanvoering van vijf middelen. Naar aanleiding van het eerste middel merkt de A-G op dat belanghebbendes verzoek tot overlegging van zijn strafdossier en daarmee samenhangede stukken, slechts kan worden gehonoreerd indien die stukken aan de Inspecteur ter beschikking hebben gestaan bij de oplegging en handhaving van de navorderingsaanslag en in dit kader zijn gebruikt. Echter, volgens de A-G kan in s Hofs oordeel worden gelezen dat belanghebbende kennelijk niet voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat het strafdossier van enig belang kan zijn (geweest) voor de besluitvorming in zijn zaak. Het gaat hier om een feitelijk en op bewijslevering ziend oordeel, dat als zodanig voorbehouden is aan het Hof. Het eerste middel faalt. In het derde middel stelt belanghebbende dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de navorderingsaanslag tijdig is opgelegd. Op zichzelf acht de A-G het wel mogelijk dat de bekendmaking van een navorderingsaanslag aan de belanghebbende ook kan plaatsvinden per e-mail aan de belanghebbende of diens gemachtigde. Uit de feitelijke omstandigheden in casu volgt volgens de A-G dat de navorderingsaanslag tijdig is opgelegd, zodat het derde middel faalt. Belanghebbende komt met het vierde middel op tegen s Hofs oordeel dat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan. Het gaat hier met name om het vereiste dat de belastingplichtige ten tijde van het doen van de aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn dat daardoor een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. De A-G zet uiteen dat dit vereiste niet inhoudt dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Vervolgens blijft staan het feitelijke oordeel van het Hof dat het aannemelijk acht dat de adviseur van de verhuur van het appartement en de daarmee verworven inkomsten en het directe aanmerkelijke belang van belanghebbende in de vennootschap op de hoogte was en dat hij daarom wist of zich ervan bewust moest zijn geweest dat door het indienen van de aangifte te weinig inkomstenbelasting zou worden geheven. Die kennis wordt toegerekend aan belanghebbende, zodat het vierde middel faalt. Het tweede en vijfde middel falen eveneens. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH1083 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX7184 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP1466 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BO5989 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AE3220 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1129 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:EU:C:2013:105 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:1083 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:1666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2001:AB2890 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:930 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BD3566 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2161 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BZ6824 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA5141 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:1809 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BV0663 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:3270 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AE8398 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:2077 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM3280 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AR5759 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1081 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BI5113 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2017:4084 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBGEL:2014:4214 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4145 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2017:1081 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2018:1371