Parket bij de Hoge Raad, 28-03-2017 / 15/05611


ECLIECLI:NL:PHR:2017:368
Datum28-03-2017
InhoudsindicatieISD-maatregel, art. 38m.1 Sr. Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers (i.h.b. de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH9943, inhoudende dat de Richtlijn moet worden beschouwd als recht in de zin van art. 79 RO. De Richtlijn vermeldt een aantal eisen waaraan moet zijn voldaan, voordat sprake is van een stelselmatige dader tegen wie de oplegging van de ISD-maatregel kan worden gevorderd. En van deze eisen is dat over een periode van vijf jaren p-vs zijn opgemaakt tegen verdachte voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste n misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit. s Hofs oordeel dat dit vereiste niet meebrengt dat verdachte t.z.v. die misdrijffeiten t.t.v. de vordering tot oplegging van de ISD-maatregel onherroepelijk is veroordeeld berust op een juiste uitleg van de Richtlijn. Het hof heeft vastgesteld dat "jegens verdachte, uitgezonderd de misdrijffeiten waarvoor een technisch sepot of vrijspraak is gevolgd, ter zake van meer dan tien misdrijffeiten processen-verbaal zijn opgemaakt en ingestuurd, waarvan meer dan n in de twaalf maanden voorafgaand aan het onderhavige, zijnde het laatste, misdrijffeit". Het op deze vaststelling gebaseerde oordeel van het Hof dat de Richtlijn te dien aanzien niet in de weg staat aan de door het OM gedane vordering tot oplegging van de ISD-maatregel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Samenhang met 15/05610 en 15/05612.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH9943 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BK6345 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:953 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:953 ★★