Parket bij de Hoge Raad, 05-09-2017 / 17/00124


ECLIECLI:NL:PHR:2017:915
Datum05-09-2017
InhoudsindicatieA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00124, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00123. Het geschil in cassatie betreft de vraag tot welk bedrag erflater/belanghebbenden recht had/hebben op aftrek van specifieke zorgkosten. Erflater was ten gevolge van diverse lichamelijke aandoeningen slechts in staat zeer korte afstanden te lopen en verplaatste zich voor het overige in een rolstoel. Vanwege die beperking heeft hij in de jaren 2008 en 2009 aanpassingen laten verrichten aan zijn woning ten bedrage van 559.874,04. Erflater heeft op grond van de Wet Voorzieningen Gehandicapten van de gemeente [Z] een tegemoetkoming ontvangen van 103.429,27. De woning is door de verbouwing in waarde gestegen. Erflater en de weduwe van erflater hebben op grond van artikel 2.17 Wet IB 2001 gekozen voor een 53,9%-46,1% verdeling (erflater-echtgenote) van de persoonsgebonden aftrek. Erflater heeft vanwege die aanpassingen in zijn aangifte IB/PVV 2009 een bedrag van 120.492 aan specifieke zorgkosten aangegeven. Naar s Hofs oordeel heeft erflater onvoldoende aangevoerd om aannemelijk te maken dat alle gemaakte kosten volledig voortkomen uit medische noodzaak. Maar ook de Inspecteur heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door hem gehanteerde rekeningmethode een relatie heeft met de door hem zelf gekozen relevante aanpassingen. Het Hof heeft de specifieke zorgkosten voor het jaar 2009 vervolgens in goede justitie vastgesteld op 92.000. De Staatssecretaris is tegen dat oordeel in cassatie opgekomen. Naar zijn mening heeft het Hof (a) de bewijslast onjuist heeft verdeeld, en niet (zichtbaar) rekening heeft gehouden met (b) de ontvangen tegemoetkoming op grond van de Wvg, (c) de waardestijging van de woning, en (d) de overige door erflater geclaimde aftrek van specifieke zorgkosten. Het Hof heeft naar het oordeel van de A-G onvoldoende inzicht gegeven in de opbouw van het door hem in goede justitie vastgestelde bedrag. Het is daardoor niet begrijpelijk waarom van de totale bouwsom naast het als subsidie toegekende bedrag over twee jaren 340.000 als buitengewone uitgaven/specifieke zorgkosten moet worden aangemerkt, terwijl het Hof heeft vastgesteld dat erflater er niet in is geslaagd aannemelijk te maken in hoeverre de uitgaven medisch geÔndiceerd waren, aldus de A-G. Erflater is in incidenteel beroep met drie middelen opgekomen tegen de uitspraak van het Hof. Met zijn derde middel heeft hij de Hoge Raad verzocht zijn jurisprudentie te herzien omtrent het niet-motvieren van het afwijzen van een verzoek om vergoeding van de werkelijke proceskosten, wegens strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, artikel 6 EVRM en artikel 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De A-G is met erflater/belanghebbenden eens dat ook indien de zaak een zuivere belastingzaak betreft, (indirect) aan de uit artikel 6 EVRM voortvloeiende motiveringsvereisten kan worden getoetst. Naar zijn mening kan betoogd worden dat de in de nationale wet opgenomen motiveringsplicht een algemeen geldend beginsel is dat conform artikel 6 EVRM moet worden uitgelegd. De wetgever heeft gekozen voor een systeem waarbij de proceskostenvergoeding op forfaitaire wijze wordt berekend om een te grote verzwaring van de werklast van de rechter te vermijden. De A-G meent dat het motiveren waarom niet een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, lid 3, van het Besluit aanwezig is, niet tot een substantiŽle verzwaring van de werklast van de rechter zal leiden. Het verdient zijn voorkeur dat ůůk de afwijzing van een verzoek om vergoeding van de werkelijke proceskosten (al dan niet summier) moet worden gemotiveerd. De conclusie van de A-G strekt ertoe dat zowel het beroep in cassatie van de Staatssecretaris, als het incidenteel beroep van belanghebbende, gegrond dient te worden verklaard en de zaak moet worden verwezen voor een nieuwe behandeling van de zaak in volle omvang.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1996:AA2060 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2995 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BJ5128 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BK5986 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2001:AB1297 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BJ7913 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2007:BB4757 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:5369 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2009:BH6477 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2166
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2010:BO9773
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1998:AA2588
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1997:AA3333
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1997:AA2180
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1995:AA1615
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2018:5
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2018:5