Parket bij de Hoge Raad, 19-03-2019 / 17/02995


ECLIECLI:NL:PHR:2019:723
Datum19-03-2019
InhoudsindicatieMedeplegen van het in het openbaar, bij geschrift en/of bij afbeelding opruien tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag door in de Haagse Schilderswijk posters te plakken met onder meer de tekst Weg met de politie en de staat, leve de opstand, art. 131.1 Sr en 10 EVRM. Bewijsklacht m.b.t. bestanddeel opruien tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. V.zv. aan het middel de opvatting ten grondslag ligt dat van opruien tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag slechts sprake is indien uitlatingen zijn gericht op het op onrechtmatige wijze omver willen werpen van de Nederlandse regering is die opvatting onjuist. Noch de aard van het in art. 131 Sr strafbaar gestelde delict, noch de in die bepaling gegeven omschrijving daarvan, geeft grond aan die beperkte uitleg van voornoemde term. Ook de wetsgeschiedenis, zoals weergegeven in de CAG, noopt niet tot die uitleg. Middel komt voorts op tegen s Hofs oordeel dat (de tekst van) de poster opruit tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Hof heeft overwogen dat de tlgd. uitingen moeten worden bezien in onderling verband en tezamen met de inhoud van de gehele poster. Aldus heeft Hof de juiste maatstaf toegepast voor de beoordeling van de vraag of van zodanige opruiing sprake is. Hof heeft vastgesteld dat de poster refereert aan de rellen in de zomer van 2015 in de Schilderswijk te Den Haag na de dood van Mitch Henriquez, waarbij in een volgens de poster opstand tegen de politie vernielingen en mishandelingen zijn gepleegd, en dat de poster, die in april 2016 op meerdere plekken in de Schilderswijk was aangeplakt, aanspoort tot herhaling van deze gewelddadige rellen (o.m. met de woorden keihard in opstand te komen), waarbij de lezer van de poster wordt geadviseerd anoniem te blijven door het dragen van gezichtsbedekking bij de volgende opstand of als je op pad gaat om de politie en de staat aan te vallen. s Hofs oordeel dat de bewoordingen van de poster niet in overdrachtelijke zin moeten worden opgevat, maar dat de tekst van de poster aanspoort tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ook het daarin besloten liggende oordeel van Hof dat het in art. 10 EVRM gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting niet aan de veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 50 uren in de weg staat, getuigt mede tegen de achtergrond van de rechtspraak van het EHRM (Perinçek t. Zwitserland) niet van een onjuiste rechtsopvatting en is, gelet op s Hofs vaststellingen omtrent de relatie tussen enerzijds de tekst van de in april 2016 verspreide poster en anderzijds de rellen in Schilderswijk in de zomer van 2015, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 17/02140.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AU9130 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW5132 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BJ7237 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BW5178 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:1069 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2018:1158
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:1069 ★★