Rechtbank Amsterdam, 20-02-2009 / AWB 07/616


ECLIECLI:NL:RBAMS:2009:BH5442
Datum20-02-2009
InhoudsindicatieDe rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van de AbRS van 2 juli 2008 (LJN BD6132) volgt dat indien werkzaamheden zijn verricht door een vreemdeling die is aan te merken als Burger van de Unie verweerder zich niet mag beperken tot de beoordeling of aan de vereisten van artikel 1, eerste lid, van de Wav is voldaan, maar voorts dient te onderzoeken of de betrokken werkzaamheden van zodanige aard zijn dat de vreemdeling moet worden aangemerkt als werknemer in de zin van artikel 39 van het EG-Verdrag. Niet in geschil is dat verweerder, gelet op deze uitspraak had moeten toetsen of [naam] die vreemdeling is aan te merken als werknemer in de zin van artikel 39 van het EG-Verdrag. Eiser heeft reeds in zijn bezwaarschrift aangegeven dat [naam:door] de uitgevoerde werkzaamheden slechts van korte duur waren, dat hij hiervoor geen financiële vergoeding ontving, maar slechts een fooi en 25,-, eten, drinken en één overnachting en dat hij dientengevolge niet als werknemer in de zin van artikel 39 van het EG-Verdrag kan worden aangemerkt. Verweerder is in zijn beslissing op bezwaar noch in het verweerschrift ingegaan op dit geschilpunt. Nu de beslissing op bezwaar een deugdelijke motivering ontbeert, komt deze voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten, nu verweerder ook ter zitting nog immer niet deugdelijk gemotiveerd heeft waarom eisers stelling niet kan slagen. Het beroep is dan ook gegrond.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BD6132 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BD8352