Rechtbank Amsterdam, 07-05-2010 / 13/468238-09 (PROMIS)


ECLIECLI:NL:RBAMS:2010:BM5295
Datum07-05-2010
InhoudsindicatieDe kinderrechter is van oordeel dat de getuigenverklaring van de raadsonderzoekster voor het bewijs kan worden gebruikt. Nadat verdachte zijn advocaat heeft geconsulteerd en zijn proceshouding vrijelijk heeft kunnen bespreken, heeft verdachte met een raadsonderzoekster gesproken in het kader van een voorlichtingsrapportage ten behoeve van de justitiele autoriteiten. Ter terechtzitting is de raadsonderzoekster als getuige gehoord omtrent hetgeen verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde aan haar heeft verklaard. Ter voorlichting aan de justitiele autoriteiten is een geheimhouding- dan wel verschoningsrecht niet aan de orde. Bovendien heeft de raadsonderzoekster zich niet beroepen op enig verschoningsrecht. De kinderrechter stelt vast dat de rol van de Raad voor de Kinderbescherming evident anders is dan die van de (jeugd)reclassering en dat niet kan worden gesproken van een hulpverleningsrelatie tussen de verdachte en de raadsonderzoekster. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn in de gelegenheid gesteld de getuige te ondervragen danwel te reageren op het verhoor van de getuige. Het verweer dat in strijd is gehandeld met de beginselen van een behoorlijke procesvoering dient dan ook te worden verworpen. De getuigenverklaring van de raadsonderzoekster kan tot het bewijs dienen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★