Rechtbank Amsterdam, 21-12-2011 / 474956 / HA ZA 10-3617


ECLIECLI:NL:RBAMS:2011:BV0422
Datum21-12-2011
InhoudsindicatieVermogensbeheer, pensioenvermogen in dit geval te risicovol voor meer dan 80% belegd in hedge funds, onvoldoende inzicht in concrete aan belegging in hedge funds verbonden risico's, relevantie waarschuwingen in prospectus, causaal verband. Niet in geschil is dat X met WMP heeft afgesproken dat hij risicomijdend wilde beleggen en dat de aan zakelijke waarden verbonden risicos voor hem onaanvaardbaar waren. WMP heefthet vermogen zelfstandig voor meer dan 80% belegd in door haar geselecteerde hedge funds. WMP heeft niet bestreden dat de hedge funds in de portefeuille van X (indirect) ook belegden in zakelijke waarden of beleggingen die een vergelijkbaar of nog risicovoller profiel vertegenwoordigden dan zakelijke waarden. Daarmee is in beginsel gegeven dat WMP heeft gehandeld in strijd met de in de overeenkomst gemaakte afspraken. WMP voert aan dat uit haar analyses van de fondsen volgt dat beleggingen in deze fondsen als risicomijdend mochten worden aangemerkt. De rechtbank stelt voorop dat hedge funds vrij algemeen gelden als een risicovolle belegging. Hedge funds zijn private beleggingsinstellingen die worden gekenmerkt door een grote mate van vrijheid in het beleggingsbeleid. De beleggingsstrategieŽn zijn doorgaans complex en vaak gericht op beleggingen in illiquide en moeilijker te waarderen activa. Door de beperkte transparantie is veelal onduidelijk waarin het fonds uiteindelijk belegt (vergelijk bijvoorbeeld de Leidraad Informatie over risicoprofielen van de AFM van november 2010, pagina 33 en de daarin opgenomen top 17 van in risicograad oplopende beleggingscategorieŽn). WMP betoogt dat zij desalniettemin op basis van haar analyse in staat is een voldoende inschatting te maken van het concrete risico dat aan een belegging in een specifiek hedge fund is verbonden. WMP baseert zich op haar statistisch model waarbij op basis van prestaties uit het verleden de stabiliteit, volatiliteit en maximum draw down van een fonds worden beoordeeld. Het eigen model van WMP bestond op het moment dat het vermogen van X in beheer werd genomen echter pas drie jaar. Een groot aantal fondsen waarin werd belegd bestond pas korte tijd. De overgelegde analyses zien op de periode vanaf 2004 waarin wereldwijd sprake is geweest van een stijgende markt. Over het algemeen en al helemaal onder deze omstandigheden biedt een track record zeker over een relatief korte periode slechts een zeer beperkte indicatie voor de inschatting van de mogelijk aan een belegging verbonden risicos (algemeen aanvaard en verplicht is immers inmiddels de waarschuwing: behaalde resultaten in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst). Dat WMP op basis van gesprekken met fondsbeheerders mocht aannemen dat belegging in die fondsen als risicomijdend kon worden aangemerkt, heeft zij, mede in het licht van hetgeen in de prospectussen van de fondsen staat over de beleggingsstrategie van de verschillende fondsen, onvoldoende onderbouwd. Gesteld noch gebleken is dat WMP wŤl inzage had in welke beleggingsstrategie door de door haar geselecteerde hedge funds werd gehanteerd, zodat ook voor haar gold dat als gevolg van de beperkte transparantie veelal onduidelijk bleef waarin het fonds uiteindelijk belegt. Dat de daaromtrent in de prospectussen opgenomen waarschuwingen, zoals WMP aanvoert, slechts standaard gangbare en standaard risicoparagrafen en disclaimers zijn die in elk prospectus worden opgenomen, zodat daaraan geen reŽle gelding kan worden toegekend, wordt niet gevolgd. De waarschuwingen zijn op onderdelen specifiek en expliciet geformuleerd. Uit de waarschuwingen in prospectussen blijkt dat met een belegging in het betreffende fonds potentieel een bovengemiddeld risico wordt gelopen, zoals zich dat ten dele ook heeft gemanifesteerd. Een dergelijk bovengemiddeld risico past eenvoudigweg niet bij een portefeuille met een volledig risicomijdend profiel. De slotsom is dan ook dat WMP het door X in beheer gegeven vermogen ten onrechte, want in strijd met het overeengekomen beleggingsbeleid, voor meer dan 80% heeft geÔnvesteerd in te risicovolle en daarom niet passende beleggingen in hedge funds. Dat maakt dat WMP gehouden is de dientengevolge door X Holding geleden schade te vergoeden. De door X als gevolg van het handelen van WMP geleden schade bestaat in het verschil tussen de werkelijke waarde van de portefeuille ultimo 2008 en de waarde van de portefeuille indien het door X aan WMP toevertrouwde vermogen wel overeenkomstig de afspraken was belegd.
TijdschriftartikelRechtbank Amsterdam, 21-12-2011, 474956 / HA ZA 10-3617
RF 2012, 19
Vermogensbeheer. Zorgplicht. Is WMP toerekenbaar tekortgeschoten in zijn zorgplicht als opdrachtnemer door A's vermogen voor *)% in hudge funds te beleggen?

(A / Wealth Management Partners N.V.)
TijdschriftartikelRechtbank Amsterdam, 21-12-2011, 474956 / HA ZA 10-3617 (met noot)
R.A.C.M. Langemeijer
PJ 2012/54
Door handelen in strijd met de in de overeenkomst gemaakte afspraken geen beroep op exoneratieclausule.
TijdschriftartikelRechtbank Amsterdam, 21-12-2011, 474956 / HA ZA 10-3617
JRV 2012, 494
Vermogensbeheer. Zorgplicht.
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3241
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2015:6457
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2013:6881