Rechtbank Amsterdam, 06-04-2012 / AWB 11/5291


ECLIECLI:NL:RBAMS:2012:BW8560
Datum06-04-2012
InhoudsindicatieDe rechtbank stelt vast dat het EHRM in het arrest ebalj (EHRM, 28 juni 2011, Appl. No. 4429/09, ebalj tegen Kroatië) niet treedt in de vraag of de door een raadsman gemaakte kosten voor verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking komen, maar enkel beoordeelt of in het voorliggende geval sprake is van schending van artikel 6 EVRM. Uit dit arrest volgt geen verderstrekkend recht dan het consultatierecht voorafgaand aan het politieverhoor. De rechtbank overweegt dat de rechtspraak van het EHRM naar haar aard een sterk door de casus bepaald karakter heeft en dat een beslissing door het EHRM moet worden gezien in de context van de concrete klacht en de concrete feiten en omstandigheden van het geval, mede in het licht van de ter zake relevante nationale wet- en regelgeving. In het arrest ebalj is een uit artikel 6 EVRM voortvloeiend algemeen recht op bij het tegen vergoeding bijwonen van politieverhoren door de raadsman, niet te lezen. De rechtbank wijst in dit verband nog op de uitspraak van het EHRM van 15 oktober 2009 (LJN: BK9144). Of, en in welke mate er een vergoeding voor de verleende bijstand wordt toegekend, is mits de rechten van een verdachte voldoende worden gewaarborgd een aangelegenheid van nationale staten.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★