Rechtbank Amsterdam, 26-03-2015 / AMS - 14 _ 6725


ECLIECLI:NL:RBAMS:2015:1613
Datum26-03-2015
InhoudsindicatieDe vraag die dan ook voorligt, is wat voor eiser het best passend cliŽntprofiel is. De rechtbank is van oordeel dat dat voor eiser VG07 is. De rechtbank komt tot die conclusie op grond van het medisch advies van 4 juni 2014. Hoewel een grondslag verstandelijke handicap niet aan de orde is, is het aannemelijk dat eiser beter zou functioneren op een dergelijke afdeling. Ook acht de rechtbank van belang het advies van het Zorginstituut Nederland dat op 2 september 2014 heeft geadviseerd het zorgzwaartepakket VG07 te indiceren en daartoe als volgt heeft overwogen. Het is juist dat sprake is van de grondslag psychiatrische aandoening. Voor de keuze van het toe te kennen zorgzwaartepakket moet het best passend zorgprofiel leidend zijn en daartoe moeten alle eventueel van toepassing zijnde zorgzwaartepakketten worden vergeleken. In dit geval zijn dit de zorgzwaartepakketten GGZ7B en VG07. Het zorgzwaartepakket VG07 is het best passend gegeven de zorgbehoefte van eiser en eiser past het best bij het in het zorgzwaartepakket VG07 omschreven cliŽntprofiel. Met toepassing van het beleid van verweerder, te weten de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014 en de uitwerking daarvan in de Indicatiewijzer 7.1, zou in het geval van eiser, ondanks de vaststelling dat het zorgzwaartepakket VG07 voor eiser het best passend is, de grondslag psychiatrische aandoening er toe leiden dat eiser zorgzwaartepakket GGZ7B geÔndiceerd krijgt. De rechtbank is van oordeel dat dit beleid in zijn algemeenheid kan worden gevolgd, maar dat, gelet op hetgeen in 6.3. en 6.4. is overwogen, verweerder in het geval van eiser aanleiding had moeten zien om met toepassing van artikel 4:84 van de Awb af te wijken van zijn beleid. In artikel 4:84 van de Awb is immers bepaald dat een bestuursorgaan overeenkomstig zijn beleidsregel handelt, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke situatie zich in het bijzondere geval van eiser voordoet.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2015:711 ★★