Rechtbank Amsterdam, 20-03-2019 / C/13/647401 / HA ZA 18-469


ECLIECLI:NL:RBAMS:2019:1883
Datum20-03-2019
InhoudsindicatieHypotheekrecht. Accessoire kredietfaciliteit met restschuld. Kredietnemers zijn rechtspersonen die inmiddels zijn opgehouden te bestaan. Niet meewerken aan doorhalen hypotheek door de bank onrechtmatig jegens eiseres /eigenaar bezwaarde onr.goed.
Recht.nl artikelVastgoedperikelen na ontbinding van vennootschap (23-04-2019)
Indien men voornemens is om een vennootschap te liquideren, dan is het van belang om goed na te gaan of die vennootschap nog vastgoed op naam heeft staan of betrokken is bij een hypotheekrecht. Indien dat het geval is, zal bekeken moeten worden wat met er het vastgoed en/of de leningen moet gebeuren. Indien men er na liquidatie van een vennootschap achter komt dat die vennootschap nog betrokken is bij vastgoed, dan zal over het algemeen de vereffening van het vermogen van de vennootschap moeten worden heropend.
> Vastgoedperikelen na ontbinding van vennootschap (Vandoorne.com)
TijdschriftartikelRechtbank Amsterdam 20-03-2019 (met noot)
T.E. Booms
JOR 2019/170
Hypotheekrecht, Hypotheek gaat teniet door het tenietgaan van de gesecureerde vordering doordat kredietnemers zijn opgehouden te bestaan, Weigering bank om mee te werken aan doorhaling hypotheek is onrechtmatig jegens eigenaar onroerende zaak.
TijdschriftartikelDe vastgoedrechtelijke problemen bij een (turbo)geliquideerde vennootschap
M.M. Oostermeyer
VGFC 2019, afl. 3
De vraag die in dit artikel centraal staat is tegen welke (vastgoedrechtelijke) problemen kan worden aangelopen wanneer een vennootschap met gebruikmaking van turboliquidatie is ontbonden. Meer in het bijzonder gaat het om de situatie wanneer een vennootschap ten tijde van de ontbinding nog een of meer vorderingsrecht(en) heeft waaraan een of meer nevenrechten, zoals hypotheekrechten, verbonden zijn. Ten tijde van het schrijven van dit artikel is hierover eveneens in de Notamail aandacht besteed. Daarbij ging het echter om een omgekeerde situatie waarbij niet de schuldeiser maar de schuldenaar was ontbonden. Allereerst wordt ingegaan op de wijzen van ontbinding van vennootschappen. Zowel de situatie met als zonder vereffeningsprocedure komt hierbij aan de orde. Vervolgens wordt een aantal praktijksituaties uitgewerkt in meerdere varianten, waarbij eventuele oplossingen voor de problematiek worden geboden. Tot slot volgen een samenvatting en een conclusie.
TijdschriftartikelRechtbank Amsterdam 20-03-2019
RI 2019/56
Afhankelijkheid. Rechtspersoon opgehouden te bestaan.