Rechtbank Arnhem, 30-05-2007 / 48607


ECLIECLI:NL:RBARN:2007:BB0122
Datum30-05-2007
Inhoudsindicatie1.1. Of de toerekenbare tekortkomingen gedaagde persoonlijk verwijtbaar zijn, moet worden beoordeeld binnen de kaders van de jurisprudentie op dat punt. De rechtbank wijst in dat verband op LJN ZC2494, Hoge Raad, 14-11-1997; LJN ZC2812, Hoge Raad 08-01-1999 en LJN AZ0758 HR, 08-12-2006. De daarin getrokken kaders zijn - kort - als volgt. Benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald blijven en onverhaald blijven van diens vordering, leidt naast aansprakelijkheid van de vennootschap onder omstandigheden ook tot aansprakelijkheid van een bestuurder. Daarvan kan sprake zijn indien deze heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In het algemeen mag alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. De maatstaf daarbij is of het handelen van de betrokken bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat deze hem persoonlijk kan worden verweten.
TijdschriftartikelRechtbank Arnhem, 30-05-2007, 48607
Journaal IF&Z 2007/245
Bestuurdersaansprakelijkheid jegens schuldeiser vennootschap. Crediteuren. Persoonlijk verwijt.
TijdschriftartikelRechtbank Arnhem, 30-05-2007, 48607
«JIN» 2007/436
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder. Onrechtmatige daad. Voldoende ernstig verwijt. Persoonlijke verwijtbaarheid.
TijdschriftartikelRechtbank Arnhem, 30-05-2007, 48607
JRV 2007, 669
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. Bestuurder kan een ernstig persoonlijk verwijt worden gemaakt en is persoonlijk aansprakelijk.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 ★★★★★