Rechtbank Breda, 15-12-2009 / 02-625321-06 en 02-627485-06


ECLIECLI:NL:RBBRE:2009:BK6849
Datum15-12-2009
InhoudsindicatieVerdachte heeft een autobedrijf opgelicht door te doen alsof hij een auto wilde kopen en een proefrit met deze auto te maken, maar de auto niet meer terug te brengen. Verdachte heeft daarnaast een handelaar opgelicht door hem een aanbetaling te laten doen voor een partij trainingspakken, maar deze partij nooit te leveren. Ook heeft verdachte een kamerhuurster opgelicht door te doen alsof hij een kamer verhuurde en daarvoor geld te innen, terwijl de kamer al aan iemand anders was verhuurd. Tevens heeft verdachte verduistering in dienstbetrekking gepleegd door als werknemer van een wisselkantoor geld weg te nemen bij dat wisselkantoor. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van verjaring, doordat er binnen de verjaringstermijn een Europees arrestatiebevel werd uitgevaardigd en het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel moet worden gezien als een daad van vervolging. Wel is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Sinds het uitvaardigen van het Europees arrestatiebevel is er respectievelijk ruim 3 jaar en bijna 4 jaar verstreken. Deze termijnoverschrijding kan niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM leiden, maar vormt aanleiding om een lagere straf op te leggen. Verdachte wordt daarom veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, in plaats van 12 maanden gevangenisstraf, de straf die eigenlijk passend zou zijn naar het oordeel van de rechtbank.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★