Rechtbank Breda, 10-03-2010 / 07/1449


ECLIECLI:NL:RBBRE:2010:BL8859
Datum10-03-2010
InhoudsindicatieDe rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende op 31 januari 1994 rekeninghouder was van de onderhavige bankrekeningen bij de KB-lux. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat zij ook vóór 1994 en na 1994 beschikte over aanzienlijke bedragen aan (inkomsten uit) vermogen die niet in haar aangiften zijn vermeld. Belanghebbende heeft dat vermoeden niet ontzenuwd. Er is sprake van kwade trouw, zodat navordering gerechtvaardigd is. Er is sprake van omkering van de bewijslast. De rechtbank acht de schatting van de inspecteur redelijk, behoudens de toegepaste factor 1,5. De rechtbank hanteert in plaats daarvan een factor van 1. De omstandigheid dat de verschuldigde belasting is vastgesteld met omkering van de bewijslast en de overschrijding van de redelijke termijn vormen aanleiding om de boeten te matigen.
TijdschriftartikelRechtbank Breda, 10-03-2010, 07/1449
V-N 2010/30.2.2
Omkering bewijslast en overschrijding redelijke termijn leiden tot matiging boete.
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2127 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ5534 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BN6350 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BN6324 ★★★