Rechtbank Breda, 21-06-2010 / 05/4909


ECLIECLI:NL:RBBRE:2010:BN2491
Datum21-06-2010
InhoudsindicatieKB-Lux De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende op 31 januari 1994 rekeninghouder was van de onderhavige bankrekeningen bij de KB-lux. Daaraan ontleent de rechtbank het vermoeden dat hij ook vóór en na 1994 beschikte over aanzienlijke bedragen aan (inkomsten uit) vermogen die niet in zijn aangiften zijn vermeld, derhalve ook voor 2001. Belanghebbende heeft dat vermoeden niet ontzenuwd. Er is sprake van omkering van de bewijslast. De rechtbank acht de schatting van de inspecteur in beginsel redelijk, behoudens de toegepaste factor 1,5. De rechtbank hanteert in plaats daarvan een factor van 1. Voorts wordt ingevolge artikel 2.17, vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 slechts 50% van het niet aangegeven inkomen toegerekend aan belanghebbende. Belanghebbendes stelling dat de aanslag niet tijdig is opgelegd, verklaart de rechtbank tardief. De omstandigheid dat de verschuldigde belasting is vastgesteld met omkering van de bewijslast en de overschrijding van de redelijke termijn vormen aanleiding om de boeten te matigen.
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2127 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ5534 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2009:BH7528
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4437