Rechtbank Breda, 30-03-2012 / 10/2660


ECLIECLI:NL:RBBRE:2012:BW6622
Datum30-03-2012
Inhoudsindicatie1van 3 Belanghebbende heeft aangifte gedaan als buitenlands belastingplichtige. In geschil is de woonplaats van belanghebbende en de belastbaarheid van (fictief) loon. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de woonplaats van belanghebbende in Nederland is. Ook kan het fictief loon op grond van de arresten van de Hoge Raad van 5 september 2003, nrs. 37.670 geen onderdeel van het belastbaar inkomen uitmaken. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende de werkzaamheden voor de Luxemburgse SA in Nederland en Zweden heeft verricht en dat een deel van deze inkomsten in Nederland mogen worden belast. Omdat deze inkomsten absoluut en relatief aanzienlijk zijn wordt de bewijslast omgedraaid. Nu belanghebbende niet heeft doet blijken welk deel van zijn loon aan Zweden moet worden toegerekend, stelt de rechtbank het in Nederland belast deel in redelijkheid op 90% vast.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5080 ★★★★★