Rechtbank Den Haag, 15-12-2016 / AWB - 16 _ 144


ECLIECLI:NL:RBDHA:2016:15688
Datum15-12-2016
InhoudsindicatieNa een boekenonderzoek heeft verweerder gesteld dat eiseres haar omzet niet tot de juiste bedragen heeft verantwoord. Verweerder heeft daarom een naheffingsaanslag en vergrijpboetes opgelegd. In geschil is of de naheffingsaanslag, voor zover deze betrekking heeft op tijdvakken in het jaar 2012, naar een juist bedrag is opgelegd. De rechtbank oordeelt dat verweerder er in beginsel van kon uitgaan dat de door eiseres geboekte omzet werd behaald met door haar verrichte diensten die onderworpen zijn aan de heffing van omzetbelasting. Eiseres heeft op die omzet correcties aangebracht omdat de omzet deels niet door haar zou zijn behaald maar door een andere vennootschap. Weliswaar is sprake van gebreken in de administratie van eiseres, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres de door eiseres aangebrachte correcties op de omzet aannemelijk gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen diensten heeft geleverd die de naheffing van omzetbelasting rechtvaardigen, behoudens voor zover eiseres over door haar aangegeven omzet te weinig omzetbelasting heeft voldaan. De aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag wordt dan ook in zoverre verminderd. Met betrekking tot de vergrijpboetes oordeelt de rechtbank dat deze terecht zijn opgelegd en passend en geboden zijn. Wel worden de vergrijpboetes gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★