Rechtbank Den Haag, 04-05-2016 / 15_6004 IB/PVV


ECLIECLI:NL:RBDHA:2016:5186
Datum04-05-2016
InhoudsindicatieX BV verkoopt eind 2005 onroerende zaken aan eiseres, die zowel bestuurder als aanmerkelijk belanghouder van X BV is. De verkoopprijs bedraagt de waarde waar de inspecteur zich in 2002 akkoord mee heeft verklaard. Deze prijs is lager dan de (in het kader van een andere procedure) in 2013 door Hof Den Haag bepaalde waarde in het economische verkeer op de verkoopdatum en ook lager dan de vastgestelde WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2005. De inspecteur merkt het verschil naar het oordeel van de rechtbank terecht aan als belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. De rechtbank acht aannemelijk dat zowel eiseres als X BV zich bewust zijn geweest van de bevoordeling zodat sprake is van een verkapte winstuitdeling. Het beroep dat eiseres doet op het vertrouwensbeginsel faalt nu de verkoop niet binnen een redelijke termijn na de akkoordverklaring van de inspecteur in 2002 is gerealiseerd en de inspecteur geen toezegging heeft gedaan ten aanzien van een verkoop in 2005. De rechtbank ziet aanleiding de opgelegde vergrijpboete te matigen wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2017:1451
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2017:1451