Rechtbank Den Haag, 08-08-2017 / 09/711704-12


ECLIECLI:NL:RBDHA:2017:8934
Datum08-08-2017
InhoudsindicatieSteekpartij Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag en mishandeling van het slachtoffer door meermalen op hem in te steken. Een beroep op schending van art. 6 EVRM, omdat aangever niet in het bijzijn van de verdediging is gehoord, slaagt niet. Er zijn voldoende compenserende maatregelen getroffen, waardoor het proces als geheel fair is geweest. De rechtbank acht alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend, gelet op de ernst van de feiten. De rechtbank legt daarom een hogere straf op dan door de officier van justitie geëist. Wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt een vermindering toegepast. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 54 maanden op, met aftrek van het voorarrest.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:1015 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:1219 ★★★★★