Rechtbank Den Haag, 19-04-2018 / AWB - 17 _ 2469


ECLIECLI:NL:RBDHA:2018:5119
Datum19-04-2018
InhoudsindicatieIn haar aangifte voor 2011 heeft eiseres haar vorderingen op twee groepsmaatschappijen van in totaal 1.896.514 afgewaardeerd tot nihil. Verweerder laat de afwaardering niet in aftrek toe. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank oordeelt dat de ene groepsmaatschappij winst maakte en voldoende solvabel was en eiseres ook verder niet aannemelijk maakt dat de waarde van de vordering zou zijn gedaald. Aangaande de vorderingen op de andere groepsmaatschappij oordeelt de rechtbank dat eiseres het bestaan daarvan voor een deel niet aannemelijk maakt en verweerder voor het andere deel aannemelijk maakt dat sprake was van onzakelijke leningen. Het beroep is wel gegrond omdat de winst moet worden verminderd met ten onrechte in aanmerking genomen rente. Verder oordeelt de rechtbank dat de bezwaarprocedure te lang heeft geduurd en daarom recht bestaat op een vergoeding van immateriŽle schade van 500, die eiseres moet delen met een andere belanghebbende. Eiseres krijgt dus 250.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BN3442 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BZ9156 ★★★★★