Rechtbank Gelderland, 02-06-2016 / AWB - 14 _ 5305, 14_5306


ECLIECLI:NL:RBGEL:2016:2924
Datum02-06-2016
InhoudsindicatieImmateriŽle schadevergoeding in BPM-zaak. Aparte uitspraak na heropening en uitspraak in de hoofdzaak. Bijzondere omstandigheden die de redelijke termijn verlengen door langdurig overleg over vaststellingsovereenkomst ten aanzien van groot aantal gelijksoortige zaken. Overschrijding alleen toerekenbaar aan de beroepsfase. Ook overschrijding van de redelijke termijn bij afdoening van de schadevergoedingsfase. Geen aparte machtiging nodig voor verzoek extra schadevergoeding in schadevergoedingsfase. Rechtbank volstaat met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden in de beroepsfase met totaal 15 maanden, omdat sprake is van een zeer gering financieel belang. Uitgangspunt rechtbank: een belang onder 200 is een zeer gering financieel belang, net als bij het beleid over matiging van boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn. Bij de vaststelling van de hoogte van het belang kijkt de rechtbank alleen naar het belang dat in de beroepsfase nog bestaat en dat de belastingheffing betreft (inclusief heffingsrente, waaronder begrepen Irimie-rente en boete). Proceskostenvergoeding in bezwaar en immateriŽle schadevergoeding worden niet meegeteld. Het aldus bepaalde belang ligt onder de grens van 200. Verzoek afgewezen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:199 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1461 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2015:1079 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:1361 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2016:565 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2015:2059
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2018:9977