Rechtbank Gelderland, 02-06-2016 / AWB - 14 _ 5307, 14_5308


ECLIECLI:NL:RBGEL:2016:2925
Datum02-06-2016
InhoudsindicatieImmateriŽle schadevergoeding in BPM-zaak. Aparte uitspraak na heropening en uitspraak in de hoofdzaak. Bijzondere omstandigheden die de redelijke termijn verlengen door langdurig overleg over vaststellingsovereenkomst ten aanzien van groot aantal gelijksoortige zaken. Overschrijding van 10 maanden in de hoofdzaak is voor 2 maanden toerekenbaar aan bezwaarfase en voor 8 maanden aan de beroepsfase. Ook overschrijding van de redelijke termijn bij afdoening van de schadevergoedingsfase (10 maanden). Geen aparte machtiging nodig voor verzoek extra schadevergoeding in schadevergoedingsfase. Rechtbank matigt de schadevergoeding met betrekking tot de overschrijding van redelijke termijn in de schadevergoedingsfase. Er zijn in die fase 15 verzoeken tegelijk behandeld en die verzoeken hadden betrekking op hetzelfde onderwerp, namelijk schadevergoeding, waarbij de argumenten beperkt en gelijkluidend waren. De 15 verzoekers hebben in zoverre samen een procedure gevoerd, waarbij zij niet of nauwelijks persoonlijk betrokken waren, omdat zij de behandeling aan hun gezamenlijke gemachtigde hebben overgelaten. De rechtbank acht daarom aannemelijk dat daardoor hun (veronderstelde) spanning en frustratie aanzienlijk is verminderd. Matiging van 2.000 tot 1.250. Toerekening van 200 aan de Belastingdienst (2/10 maal 1.000) en van 1.050 (8/10 maal 1.000 plus 250) aan de Staat. Proceskostenvergoeding gedeeld door 15 in verband met samenhang; Belastingdienst en Staat betalen ieder de helft.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:199 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2015:1079 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2016:565 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2018:10138