Rechtbank Gelderland, 14-06-2016 / AWB - 15 _ 5068


ECLIECLI:NL:RBGEL:2016:3159
Datum14-06-2016
InhoudsindicatieNaheffingsaanslag BPM. Redelijke termijn. Verweerder heeft het bezwaar in eerste instantie niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, het gerechtshof het hoger beroep gegrond. Het hof heeft de zaak teruggewezen naar verweerder en 500 als vergoeding van immateriŽle schade toegekend. Verweerder verklaart het bezwaar alsnog volledig gegrond. In beroep zijn de hoorplicht, de wijze van vaststelling van de Irimierente en de (proces)kostenvergoeding in geschil. Schending hoorplicht wordt gepasseerd met artikel 6:22 Awb. Voor de berekening van de duur van de overschrijding van de redelijke termijn laat de rechtbank enkel de tijd van de hogerberoepsprocedure buiten beschouwing. De totale duur van de beide bezwaar- en beroepsfasen is drie jaar en tien maanden. Dit betekent een overschrijding van zestien maanden, waarvan dertien maanden in bezwaar en drie maanden in beroep. Vanwege het ontbreken van een financieel belang in beroep wordt voor die fase volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Voor de bezwaarfase wordt, na aftrek van het al door het hof toegewezen bedrag, 1.000 toegekend.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:199 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBGEL:2016:707 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2016:1103