Rechtbank Gelderland, 25-10-2017 / AWB - 16 _ 3478, 16_3479


ECLIECLI:NL:RBGEL:2017:5547
Datum25-10-2017
InhoudsindicatieNaheffingsaanslagen omzetbelasting en boetes. Beroep ingesteld namens de fiscale eenheid of namens een van de vennootschappen? De rechtbank komt tot het oordeel dat de fiscale eenheid beroep heeft ingesteld. Aan haar zijn de naheffingsaanslagen en boetes opgelegd en zij heeft bezwaar gemaakt. De beroepen zijn dus ontvankelijk. In het conceptrapport boekenonderzoek zijn boetes op grond van artikel 10a AWR aangekondigd. Op de boetebeschikkingen wordt artikel 67f AWR genoemd en verwezen naar de eerdere motivering. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur boetes op grond van artikel 10a AWR heeft opgelegd en dat sprake is van een vergissing in de artikelaanduiding. Dit betreft een kennelijke verschrijving, aangezien is verwezen naar de eerdere motivering. Ook ligt een boete op grond van artikel 67f AWR niet voorde hand, omdat geen inhoudelijke controle heeft plaatsgevonden. De inspecteur heeft eiseres tijdig in kennis gesteld van de grondslag van de boetes. De informatieverplichting op grond van artikel 10a AWR en artikel 15 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 brengt mee dat eiseres ervoor moet zorgen dat de suppletieaangiften de inspecteur daadwerkelijk bereiken. Voor de jaren 2009 en 2012 is niet aannemelijk dat de suppletieaangiften de inspecteur hebben bereikt. Voor 2011 is het aannemelijk dat eiseres uiterlijk op 10 januari 2014 wist dat de aangiften OB onvolledig waren. Zij heeft niet voor aanvang van het boekenonderzoek suppletieaangiften ingediend. Vanaf dat moment kon zij niet meer aan de verplichting van (tijdige) suppletie en de verplichting tot (tijdig) informeren voldoen. Grove schuld, omdat eiseres de suppletieaangiften niet aangetekend heeft verzonden en geen navraag heeft gedaan naar de ontvangst, ook niet nadat zij over 2010 wel een naheffingsaanslag had ontvangen. Voor 2011 wordt eiseres aangerekend dat zij al acht maanden op de hoogte was van de onvolledigheid. Er is niet nageheven buiten het vermelde tijdvak. Dat in het tijdvak ook een jaar valt waarover niet is nageheven leidt niet tot vernietiging van de naheffingsaanslag of de boete. Overschrijding redelijke termijn. Ambtshalve vermindering boete. Niet tevens vergoeding immateriŽle schade.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:1234 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:80 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AV5028 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:2348
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2015:5187
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2019:1217