Rechtbank Gelderland, 16-11-2018 / AWB - 16 _ 6985


ECLIECLI:NL:RBGEL:2018:4896
Datum16-11-2018
InhoudsindicatieVpb en OB. Diverse belastingaanslagen over de jaren 2011 tot en met 2014 en over september 2015, deels met boete. Omkering bewijslast voor de Vpb jaren 2011, 2012 en 2013 wegens het niet doen van de vereiste aangifte. Vpb: Eiseres heeft ten onrechte het kasstelsel toegepast. Correcties in verband met toepassing factuurstelsel zijn terecht. Ook de correcties in verband met niet aannemelijk gemaakte kostenposten en aanpassing loonkosten voor de jaren 2011, 2012 en 2013 blijven in stand. Voor 2014 heeft de inspecteur - zonder omkering - vrijwel helemaal geen kosten geaccepteerd. De rechtbank acht de kosten aannemelijk voor zover die in lijn liggen met hetgeen over de eerdere jaren is geaccepteerd. De dga van eiseres heeft betalingen verricht aan het steunfonds van de door hem opgerichte voetbalvereniging. Eiseres heeft deze in 2012 als vordering tegen de nominale waarde overgenomen en een voorziening gevormd. De rechtbank kwalificeert dit op basis van de beperkte feiten in het dossier als lening, maar acht deze ten minste onzakelijk. De voorziening is terecht geweigerd. Dat geldt ook voor de voorziening ter zake van bedragen die eiseres zelf in het steunfonds heeft gestort. Aannemelijk is dat eiseres haar dga een voordeel heeft doen toekomen en dat de dga dit aan het steunfonds heeft laten uitbetalen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt, laat staan doen blijken, dat de voorziening terecht is gevormd. Dit geldt zowel voor 2012 als voor 2013. OB: Eiseres heeft geen aangiften OB ingediend tot oktober 2014. De correcties op basis van de eigen administratie blijven in stand. De gecorrigeerde OB over één niet verwerkte factuur in 2011 wordt verminderd van 21 tot 19%. Correcties op grond van toepassing factuurstelsel in plaats van kasstelsel blijven gehandhaafd. Over september 2015 heeft de inspecteur teruggaaf van OB op een creditfactuur terecht geweigerd, omdat de factuur in de administratie van de wederpartij ontbreekt en niet aannemelijk is geworden dat eiseres daadwerkelijk een bedrag heeft terugbetaald. Boetes wegens ten minste voorwaardelijk opzet blijven in stand, behoudens een kleine vermindering van de grondslag ter zake van de boete voor de OB over 2012 tot en met juni 2014. Vervolgens worden de boetes gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH1083 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX7184 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2017:3073
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1999:AA2793