Rechtbank Maastricht, 02-12-2008 / 03-700834-05


ECLIECLI:NL:RBMAA:2008:BH1235
Datum02-12-2008
InhoudsindicatiePromis Vonnis - De raadsvrouwe heeft ter terechtzitting de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging verzocht, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn is geschonden. De rechtbank is met de raadsvrouwe van oordeel dat in deze zaak sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008, LJN BD2578, dient een dergelijke overschrijding te leiden tot vermindering van de straf. De rechtbank verwerpt de stelling van de raadsvrouwe, dat dit arrest niet van toepassing is op deze zaak, als onjuist. Verdachte wordt echter door de rechtbank vrijgesproken van -kort gezegd- diefstal met geweld met een ander in een woning.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★