Rechtbank Midden-Nederland, 05-07-2018 / UTR 17/2709-E


ECLIECLI:NL:RBMNE:2018:3139
Datum05-07-2018
Inhoudsindicatieeinduitspraak, subsidie, zonder voorbehoud gegeven oordelen, VWS-subsidie, verantwoording personeelskosten, projectsubsidie artikel 39 Kaderregeling VWS-subsidies Einduitspraak na bestuurlijke lus. Verweerder geeft er met zijn aanvullende motivering blijk van zich niet te kunnen vinden in dat wat de rechtbank in de tussenuitspraak heeft overwogen en loopt hiermee in feite vooruit op een eventueel hoger beroep. De rechtbank ziet geen aanleiding terug te komen van in de tussenuitspraak zonder voorbehoud gegeven oordelen. Dit ligt anders met betrekking tot de post van 76.976,48 aan personeelskosten. Hierover heeft verweerder immers gesteld dat abusievelijk de indruk is gewekt dat verweerder twijfelt aan deze post, terwijl dat niet het geval is. Hierdoor is de rechtbank in de tussenuitspraak uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken. De rechtbank ziet daarom aanleiding terug te komen van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel dat verweerder bij de subsidievaststelling uit had moeten gaan van een onzekere post van (in de tussenuitspraak afgerond op) 76.977,- en overweegt dat niet in geschil is dat de post van 76.976,48 voldoende verantwoord is. Gelet ook op dat wat in de tussenuitspraak is overwogen, met inbegrip van het oordeel van de rechtbank over de post van 404.115,40, heeft eiseres al haar personeelskosten in voldoende mate verantwoord. Er bestaat daarom geen grond voor verweerder om een korting toe te passen. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, met inbegrip van de aanvullende motivering. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en de subsidie vast te stellen op 990.033,-.
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2012:BX4694 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2011:BR5704 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBMNE:2017:6939
Gerelateerd ECLI:NL:RBMNE:2017:6939