Rechtbank Midden-Nederland, 20-06-2019 / AWB - 19 _ 153 en 19_145


ECLIECLI:NL:RBMNE:2019:2870
Datum20-06-2019
InhoudsindicatieIntrekking en (mede)terugvordering bijstand. Schending inlichtingenplicht. Gezamenlijke huishouding. 3, 17, 54, 58 en 59 van de Participatiewet Mondelinge uitspraak in klare taal. De zaken gaan over de intrekking van de bijstandsuitkering van eiser per 9 augustus 2010 omdat eiser zou hebben verzwegen dat hij ook na die datum nog een gezamenlijke huishouding voerde met eiseres. Daarnaast speelt de terugvordering van 78.613,27 aan bijstandsuitkering over de periode van 9 augustus 2010 tot en met 31 maart 2018. Het bedrag wordt teruggevorderd van eiser én van eiseres; zij zijn volgens verweerder hoofdelijk aansprakelijk. Omdat eiser en eiseres samen een kind hebben, hoeft verweerder alleen aannemelijk te maken dat eiser en eiseres na 9 augustus 2010 allebei hun hoofdverblijf hebben in hetzelfde huis. Eiser heeft bij de sociale recherche eerst ontkend, maar hij heeft later in het verhoor gezegd dat hij altijd bij eiseres is blijven wonen. Nergens blijkt uit dat eiser onder druk is gezet, laat staan dat dit onaanvaardbare druk zou zijn geweest. De rechtbank houdt eiser daarom aan zijn bekennende verklaring. De verklaring van eiser wordt ondersteund door verklaringen van getuigen, die concrete en feitelijke informatie hebben gegeven. Verder kan het water- en elektragebruik als bewijs worden gebruikt. Het klopt dat het water- en elektraverbruik op zichzelf niet genoeg is om te kunnen concluderen waar iemand zijn hoofdverblijf heeft, maar het mag wel worden gebruikt als ondersteunend bewijs zoals verweerder heeft gedaan. Het beroep is ongegrond.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2012:BV2512 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2016:4989 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2012:BY5790 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2018:550
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2019:341