Rechtbank Noord-Holland, 05-09-2013 / ALK 11/3214


ECLIECLI:NL:RBNHO:2013:8300
Datum05-09-2013
InhoudsindicatieGeen aanleiding voor een integrale proceskostenvergoeding voor de in bezwaar gemaakte proceskosten nu geen sprake is van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Niet kan worden gezegd dat verweerder in dit geval het verwijt treft dat hij een beschikking heeft afgegeven waarvan op de dagtekening ervan duidelijk was dat die in een daartegen ingestelde procedure geen stand zal houden. Verweerder is derhalve terecht uitgegaan van de in het Bpb genoemde forfaitaire bedragen. Ook in beroep is geen aanleiding voor een integrale proceskostenvergoeding. Verweerder heeft in vergaande mate onzorgvuldig gehandeld door in de uitspraak op bezwaar uit te gaan van de juistheid van de door het Kadaster opgegeven leveringsdatum en zich eerst nadat door eiseres beroep is ingesteld door het opvragen van de akte van de juiste datum te vergewissen. Daarmee is echter niet gegeven dat sprake is van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Bpb. Deze onzorgvuldigheid heeft er niet toe geleid dat eiseres zodanig hoge kosten heeft moeten maken dat strikte toepassing van het Bpb onrechtvaardig zal uitpakken.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH1928 ★★★★