Rechtbank Noord-Holland, 18-02-2019 / AWB - 17 _ 1969


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:1289
Datum18-02-2019
InhoudsindicatieAan eiseres is een voorlopige aanslag vpb opgelegd met een beschikking belastingrente. Daarna is een definitieve aanslag vpb opgelegd, zonder beschikking belastingrente. Eiseres heeft bezwaar gemaakt. Het bezwaar richt zich tegen de belastingrente die bij de voorlopige aanslag in rekening is gebracht. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar ten onrechte is aangemerkt als verzoek om herziening van de voorlopige aanslag maar aangemerkt had moeten worden als bezwaar tegen de in de definitieve aanslag besloten liggende beschikking belastingrente die in dit geval wegens verrekening nihil is. In zoverre is het beroep gegrond. Eiseres wordt niet gevolgd in haar standpunt dat de beginselen van behoorlijk bestuur ertoe leiden dat verweerder alleen vóór het verstrijken van de zesmaandsperiode een voorlopige aanslag mocht opleggen (artikel 30f, eerste lid, van de AWR). Ook van schending van artikel 1 EP EVRM en artikel 14 EVRM is geen sprake.
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2003:AF4151 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1999:AA2846 ★★