Rechtbank Noord-Holland, 12-03-2019 / AWB - 18 _ 1951


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:1986
Datum12-03-2019
InhoudsindicatieAanslag IB/PVV 2013. Eiseres is in 2013 werkzaam geweest als actrice en heeft daaruit inkomsten genoten. Eiseres heeft daartoe diverse overeenkomsten gesloten. In geschil is de kwalificatie van de inkomensbestanddelen verkregen uit deze overeenkomsten. Meer in het bijzonder is in geschil of deze inkomsten zijn aan te merken als winst uit onderneming. Niet in geschil is dat de inkomsten waaraan arbeidsovereenkomsten ten grondslag liggen, op zichzelf bezien loon uit dienstbetrekking en geen winst uit onderneming vormen. Ook de inkomsten waaraan een acteursovereenkomst (van opdracht) ten grondslag ligt, kwalificeren niet als winst uit onderneming. De rechtbank komt tot dat oordeel gelet op de beperkte omvang van de werkzaamheden, zowel afzonderlijk als gezamenlijk bezien, de daarmee gegenereerde inkomsten en het feit dat eiseres zich diende te houden aan aanwijzingen die door of namens de opdrachtgever werden gegeven. Nu geen sprake is van winst uit onderneming kan ook geen sprake zijn van absorptie. Het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, dan wel de meerderheidsregel, slaagt niet.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA5142 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2006:AY9489 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2015:454 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1828 ★★★