Rechtbank Noord-Holland, 25-04-2019 / AWB - 19 _ 1499


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:3397
Datum25-04-2019
InhoudsindicatieAlles overwegende is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder in redelijkheid gelet op de ernst van de situatie een zwaarder gewicht heeft mogen toekennen aan het algemeen belang bij sluiting van de woning dan aan verzoeksters belangen. In het bijzonder slaat de voorzieningenrechter daarbij acht op het feit dat er daadwerkelijk brand is uitgebroken, die als die niet tijdig was ontdekt tot ernstige gevolgen en mogelijk ook slachtoffers had kunnen leiden. Het belang dat verzoekster heeft bij het voortzetten van haar werk in de kapsalon aan huis, legt tegenover de ernst van de situatie onvoldoende gewicht in de schaal. Dit belang heeft verweerder ook bij de belangenafweging in het besluit betrokken. Ook de door verzoekster naar voren gebrachte medische omstandigheden zijn niet onderbouwd en leiden reeds daarom niet tot een ander oordeel. Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoekster en haar dochter tijdens de sluiting - net als de maand na de brand bij de ouders van verzoekster kunnen verblijven. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2018:851 ★★