Rechtbank Noord-Holland, 21-05-2019 / C/15/288112 / FA RK 19/2516


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:4752
Datum21-05-2019
InhoudsindicatieVoor de rechtbank staat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat bij betrokkene sprake is van een geestelijke stoornis. De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van artikel 2, eerste en tweede lid, Wet Bopz niet volgt dat in alle gevallen op het moment van het verlenen van de voorlopige machtiging helder moet zijn welke diagnose op de betrokkene van toepassing is.
TijdschriftartikelRechtbank Noord-Holland 21-05-2019 (met noot)
J.M. van Luyck
GZR 2019/157
Uit de tekst van artikel 2 lid 1 en lid 2 Wet Bopz volgt niet dat in alle gevallen op het moment van het nemen van de beslissing op een verzoek om een voorlopige machtiging helder hoeft te zijn welke diagnose precies op betrokkene van toepassing is.