Rechtbank Noord-Holland, 08-05-2019 / C/15/272190 / FA RK 18-1756


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:5151
Datum08-05-2019
InhoudsindicatieIn een eerdere tussenbeschikking - van 21 december 2018 - is vastgelegd dat partijen ter zitting hebben afgesproken af te rekenen per 1 januari 2010 en voor het opmaken van de slotbalans van de V.o.f. tot uitgangspunt te nemen de balans van Jan Accountants per 31 december 2009. De aldus in de tussenbeschikking vastgelegde overeenstemming tussen partijen is naar het oordeel van de rechtbank een bindende eindbeslissing, waaraan de rechter - volgens vaste jurisprudentie - in het verdere verloop van de instantie gebonden is en waarvan slechts kan worden afgeweken indien die beslissing berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Dat daarvan sprake is, blijkt niet uit de brief van mr. Martin en is de rechtbank ook overigens niet gebleken. De afwikkeling dient op grond van het voorgaande te geschieden per 1 januari 2010 aan de hand van de balans van Jan Accountants per 31 december 2009. Aangezien over de uitvoering van de overige ter zitting afgesproken uitgangspunten geen overeenstemming bestaat tussen partijen, zal de waarde door de rechtbank moeten worden bepaald, al dan niet na benoeming van deskundigen. Gelet op de eerder groter dan kleiner wordende complexiteit van de onderhavige zaak zal de rechtbank de zaak ter verdere behandeling verwijzen naar de meervoudige kamer. Met het oog op de voortgezette behandeling op deze zitting verzoekt de rechtbank beide partijen om uiterlijk tien dagen vóór de mondelinge behandeling: ten aanzien van de waardering van de Vof: - drie namen van deskundigen te noemen die kunnen worden benoemd om met als uitgangspunt de balans van Jan Accountants per 31 december 2009 de slotbalans per die datum op te maken en te adviseren over de afwikkeling op basis van de vennootschapsakte en voorts een indicatie te geven van het (uur-)tarief en de te besteden tijd; - drie namen van makelaars te noemen, en een toelichting waaruit de deskundigheid in deze tak van (taxatie van) onroerend goed blijkt, die het bedrijfsonroerend goed per 31 december 2009 kunnen taxeren en voorts een indicatie van hun tarief en de te besteden tijd; - concept vragen te formuleren die door de te benoemen deskundigen dienen te worden beantwoord.