Rechtbank Noord-Holland, 04-07-2019 / 17/3655


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:5623
Datum04-07-2019
InhoudsindicatieNaheffingsaanslagen omzetbelasting. Voor wat betreft de jaren 2013 tot en met 2015 is in geschil of eiseres ten onrechte niet of voor een te laag bedrag omzetbelasting ter zake van een fictieve dienst (art. 4, lid, 2, sub a van de Wet OB) heeft aangegeven. Verweerder beantwoordt deze vraag bevestigend, eiseres ontkennend. Voor wat betreft het jaar 2016 is in geschil of sprake is van een onttrekking in de zin van artikel 3, lid 3, sub a van de Wet OB omdat eiseres haar ondernemingsactiviteiten heeft gestaakt. Eiseres stelt dat van een onttrekking geen sprake is, verweerder stelt het tegenovergestelde. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Gerelateerd ECLI:EU:C:2005:128 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:3175 ★★★